BWBR0007588
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel VI
Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995
Aan boord van schepen moet een interne spreekverbinding aanwezig zijn.
Vanaf de stuurstelling moeten de volgende spreekverbindingen tot stand kunnen worden gebracht:
a. met het voorschip van het schip of het samenstel;
b. met het achterschip van het schip of het achterste gedeelte van het samenstel, indien geen directe communicatie daarmee vanaf de stuurstelling mogelijk is;
c. met het verblijf of de verblijven van de bemanning;
d. met de hut van de schipper.
Op alle punten van deze spreekverbinding dient het luisteren door luidsprekers en het spreken door vast opgestelde microfoons te kunnen geschieden. Met het voorschip en het achterschip van het schip of van het samenstel is een marifoonverbinding toegestaan.
Vanaf de stuurstelling moeten de volgende spreekverbindingen tot stand kunnen worden gebracht:
a. met het voorschip van het schip of het samenstel;
b. met het achterschip van het schip of het achterste gedeelte van het samenstel, indien geen directe communicatie daarmee vanaf de stuurstelling mogelijk is;
c. met het verblijf of de verblijven van de bemanning;
d. met de hut van de schipper.
Op alle punten van deze spreekverbinding dient het luisteren door luidsprekers en het spreken door vast opgestelde microfoons te kunnen geschieden. Met het voorschip en het achterschip van het schip of van het samenstel is een marifoonverbinding toegestaan.