BWBR0007558
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 4
Regeling bevoegde en regionale autoriteiten Loodsplichtbesluit 1995
Door de bevoegde autoriteit wordt van de in artikel 2, tweede lid, van het Loodsplichtbesluit 1995bedoelde bevoegdheid gebruik gemaakt ten aanzien van vaartuigen gebouwd of ingericht voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, indien deze vaartuigen op een scheepvaartweg voor het aangegeven doel worden gebruikt, tenzij, naar het oordeel van de bevoegde autoriteit, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. ten aanzien van de bekendheid en bekwaamheid van de verkeersdeelnemer: 1° voldoende kennis van de verkeersreglementering in het desbetreffende gebied;
2° voldoende kennis van communicatieprocedures en vaardigheid in het communiceren in het desbetreffende gebied;
3° voldoende geografische kennis van het desbetreffende gebied, met inbegrip van de topografie en de vaarwegmarkering;
4° voldoende bekwaamheid in het navigeren en het manoeuvreren in het desbetreffende gebied, met inbegrip van bekendheid met de lokale verkeerssituatie; en
5° voldoende ervaring met het varen in het desbetreffende gebied, blijkend uit de frequentie en regelmaat waarmee de desbetreffende scheepvaartweg is of zal worden bevaren;
1° voldoende kennis van de verkeersreglementering in het desbetreffende gebied;
2° voldoende kennis van communicatieprocedures en vaardigheid in het communiceren in het desbetreffende gebied;
3° voldoende geografische kennis van het desbetreffende gebied, met inbegrip van de topografie en de vaarwegmarkering;
4° voldoende bekwaamheid in het navigeren en het manoeuvreren in het desbetreffende gebied, met inbegrip van bekendheid met de lokale verkeerssituatie; en
5° voldoende ervaring met het varen in het desbetreffende gebied, blijkend uit de frequentie en regelmaat waarmee de desbetreffende scheepvaartweg is of zal worden bevaren;
b. ten aanzien van het vaartuig: 1° voldoende geschiktheid voor het desbetreffende gebied uit een oogpunt van voorstuwing en manoeuvreerbaarheid; en
2° geen structureel benodigde sleepbootassistentie.
1° voldoende geschiktheid voor het desbetreffende gebied uit een oogpunt van voorstuwing en manoeuvreerbaarheid; en
2° geen structureel benodigde sleepbootassistentie.
a. ten aanzien van de bekendheid en bekwaamheid van de verkeersdeelnemer: 1° voldoende kennis van de verkeersreglementering in het desbetreffende gebied;
2° voldoende kennis van communicatieprocedures en vaardigheid in het communiceren in het desbetreffende gebied;
3° voldoende geografische kennis van het desbetreffende gebied, met inbegrip van de topografie en de vaarwegmarkering;
4° voldoende bekwaamheid in het navigeren en het manoeuvreren in het desbetreffende gebied, met inbegrip van bekendheid met de lokale verkeerssituatie; en
5° voldoende ervaring met het varen in het desbetreffende gebied, blijkend uit de frequentie en regelmaat waarmee de desbetreffende scheepvaartweg is of zal worden bevaren;
1° voldoende kennis van de verkeersreglementering in het desbetreffende gebied;
2° voldoende kennis van communicatieprocedures en vaardigheid in het communiceren in het desbetreffende gebied;
3° voldoende geografische kennis van het desbetreffende gebied, met inbegrip van de topografie en de vaarwegmarkering;
4° voldoende bekwaamheid in het navigeren en het manoeuvreren in het desbetreffende gebied, met inbegrip van bekendheid met de lokale verkeerssituatie; en
5° voldoende ervaring met het varen in het desbetreffende gebied, blijkend uit de frequentie en regelmaat waarmee de desbetreffende scheepvaartweg is of zal worden bevaren;
b. ten aanzien van het vaartuig: 1° voldoende geschiktheid voor het desbetreffende gebied uit een oogpunt van voorstuwing en manoeuvreerbaarheid; en
2° geen structureel benodigde sleepbootassistentie.
1° voldoende geschiktheid voor het desbetreffende gebied uit een oogpunt van voorstuwing en manoeuvreerbaarheid; en
2° geen structureel benodigde sleepbootassistentie.