BWBR0007496
Geldig vanaf 1995-08-04
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Marine Beveiligingskorps 1995
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens
a. de artikelen 1.19, 13.01 tot en met 13.03 (Bijlage 13) en Bord B6 van het Binnenvaart Politiereglement;
b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van het onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. De buitengewoon opsporingsambtenaar onthoudt zich van optreden buiten de terreinen in beheer bij het Ministerie van Defensie, tenzij in geval van noodzaak.
a. de artikelen 1.19, 13.01 tot en met 13.03 (Bijlage 13) en Bord B6 van het Binnenvaart Politiereglement;
b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van het onderzoek.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. De buitengewoon opsporingsambtenaar onthoudt zich van optreden buiten de terreinen in beheer bij het Ministerie van Defensie, tenzij in geval van noodzaak.