BWBR0007439
Geldig vanaf 1995-06-16
Artikel 6
Subsidiëring communautair initiatief Adapt
1. Voor subsidie komen in aanmerking de noodzakelijk ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en het beheer van een project te maken kosten.
2. De subsidie bedraagt voor de onder 2, tweede lid onder a en h, bedoelde projecten 331/3%, voor de onder 2, tweede lid onder b t/m e, bedoelde projecten 40%, en voor de onder 2, tweede lid onder f en g bedoelde projecten 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toekenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie voor de onder 2, tweede lid, onder b tot en met g bedoelde projecten uitgevoerd in de provincie Flevoland 65% van de door de projectuit-voerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toe-kenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan.
4. De maxima, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de aanvrager geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.
5. Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidiëerd, dan wel die toegerekend kunnen worden aan de normale bedrijfsvoering.
2. De subsidie bedraagt voor de onder 2, tweede lid onder a en h, bedoelde projecten 331/3%, voor de onder 2, tweede lid onder b t/m e, bedoelde projecten 40%, en voor de onder 2, tweede lid onder f en g bedoelde projecten 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toekenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan.
3. In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie voor de onder 2, tweede lid, onder b tot en met g bedoelde projecten uitgevoerd in de provincie Flevoland 65% van de door de projectuit-voerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover deze kosten in de toe-kenningsbeschikking te bepalen maxima niet te boven gaan.
4. De maxima, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de aanvrager geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.
5. Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidiëerd, dan wel die toegerekend kunnen worden aan de normale bedrijfsvoering.