BWBR0007439
Geldig vanaf 1995-06-16
Artikel 3
Subsidiëring communautair initiatief Adapt
1. Een project komt slechts voor subsidiëring in aanmerking:
a. indien het project wordt uitgevoerd binnen de periode 1 mei 1995 tot en met 31 augustus 1997;
b. indien het project voldoet aan de eisen, als vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage I;
c. indien tenminste een derde deel van de kosten van het project ten laste komt van een overheidsinstelling of van een fonds dat bij collectieve arbeidsovereenkomst in het leven is geroepen, en die overheidsinstelling of dat fonds zich garant heeft gesteld voor de goede uitvoering van het project door het opmaken van een verklaring als bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage II.
2. Aan projecten mogen uitsluitend die vreemdelingen deelnemen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke ingevolge artikel 4 van de Wet arbeid vreemdelingenis voorzien van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid. Met een dergelijke aantekening wordt gelijkgesteld een verklaring verleend krachtens artikel 2of 3 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers.
3. uitgezonderd van subsidie zijn projecten in het leerlingwezen of het regulier (initiëel) beroepsonderwijs en projecten ten behoeve van personen werkzaam bij Rijk, provincies of gemeenten, dan wel personen die werkzaam zijn in een dienstbetrekking welke wordt bekostigd in het kader van de Rijksbijdrageregeling banenpools of de Jeugdwerkgarantiewet.
a. indien het project wordt uitgevoerd binnen de periode 1 mei 1995 tot en met 31 augustus 1997;
b. indien het project voldoet aan de eisen, als vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage I;
c. indien tenminste een derde deel van de kosten van het project ten laste komt van een overheidsinstelling of van een fonds dat bij collectieve arbeidsovereenkomst in het leven is geroepen, en die overheidsinstelling of dat fonds zich garant heeft gesteld voor de goede uitvoering van het project door het opmaken van een verklaring als bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage II.
2. Aan projecten mogen uitsluitend die vreemdelingen deelnemen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke ingevolge artikel 4 van de Wet arbeid vreemdelingenis voorzien van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid. Met een dergelijke aantekening wordt gelijkgesteld een verklaring verleend krachtens artikel 2of 3 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers.
3. uitgezonderd van subsidie zijn projecten in het leerlingwezen of het regulier (initiëel) beroepsonderwijs en projecten ten behoeve van personen werkzaam bij Rijk, provincies of gemeenten, dan wel personen die werkzaam zijn in een dienstbetrekking welke wordt bekostigd in het kader van de Rijksbijdrageregeling banenpools of de Jeugdwerkgarantiewet.