BWBR0007380
Geldig vanaf 1995-05-12
Artikel 3
Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders
1. Producenten, die in het verkoopseizoen zoogkoeien in de zin van de regeling aanhouden en
a. aan wie niet reeds uit hoofde van de regeling premierechten, specifieke premierechten dan wel aanvullende premierechten zijn toegekend en
b. die gedurende de heffingsperiode 1992/1993 hun gehele individuele referentiehoeveelheid tijdelijk hebben overgedragen en in die periode geen melk en zuivelprodukten hebben geleverd, behoudens rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument en
c. die ten genoegen van de minister het aantal zoogkoeien kunnen aantonen die zij met ingang van 1 januari 1995 gedurende een ononderbroken periode van zes maanden op hun bedrijf hebben gehouden, komen in aanmerking voor toekenning van specifieke premierechten.
2. De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van het aantal in het eerste lid onder c vermelde aantal zoogkoeien.
a. aan wie niet reeds uit hoofde van de regeling premierechten, specifieke premierechten dan wel aanvullende premierechten zijn toegekend en
b. die gedurende de heffingsperiode 1992/1993 hun gehele individuele referentiehoeveelheid tijdelijk hebben overgedragen en in die periode geen melk en zuivelprodukten hebben geleverd, behoudens rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument en
c. die ten genoegen van de minister het aantal zoogkoeien kunnen aantonen die zij met ingang van 1 januari 1995 gedurende een ononderbroken periode van zes maanden op hun bedrijf hebben gehouden, komen in aanmerking voor toekenning van specifieke premierechten.
2. De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van het aantal in het eerste lid onder c vermelde aantal zoogkoeien.