BWBR0007380
Geldig vanaf 1995-05-12
Artikel 2
Regeling toekenning specifieke premierechten zoogkoeienhouders
1. Uit de nationale reserve worden op aanvraag specifieke premierechten toegekend aan producenten, bedoeld in artikel 3.
2. De toekenning van de specifieke rechten vindt plaats uit het deel van de nationale reserve dat overeenkomt met het deel, bedoeld in artikel 4f, eerste lid, eerste zin, van de basisverordening en mag dat deel niet te boven gaan.
3. Indien het aantal aangevraagde specifieke premierechten groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats.
4. De overeenkomstig artikel 3toe te kennen specifieke rechten worden ten behoeve van de vorming van de nationale reserve met 1% verminderd.
5. De paragrafen 5 en 6 van Hoofdstuk 2 van de regeling zijn met uitzondering van de artikelen 20, tweede lid, en 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
2. De toekenning van de specifieke rechten vindt plaats uit het deel van de nationale reserve dat overeenkomt met het deel, bedoeld in artikel 4f, eerste lid, eerste zin, van de basisverordening en mag dat deel niet te boven gaan.
3. Indien het aantal aangevraagde specifieke premierechten groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats.
4. De overeenkomstig artikel 3toe te kennen specifieke rechten worden ten behoeve van de vorming van de nationale reserve met 1% verminderd.
5. De paragrafen 5 en 6 van Hoofdstuk 2 van de regeling zijn met uitzondering van de artikelen 20, tweede lid, en 23, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.