BWBR0007371
Geldig vanaf 1995-05-04
Artikel 7
Subsidieregeling netwerk landelijke wandelpaden
1. Een overeenkomst als bedoeld in artikel 6, dient ten minste te voldoen aan de volgende vereisten:
a. de openstelling van de landbouwgronden betreft wandeltrajecten voor zover deze strekken tot realisering van het netwerk van landelijke wandelpaden, aangegeven op kaart 1 van de beleidsnota ’Kiezen voor recreatie’, regeringsbeslissing van 19 januari 1993 (Kamerstukken II, 1992/93, 23 990, nr. 2) en voor zover aan de terzake in die nota gestelde criteria is voldaan;
b. de openstelling betreft wandeltrajecten op landbouwgronden, anders dan langs openbare wegen of paden of langs anderszins reeds volgens bestendig gebruik voor publiek openstaande wegen of paden;
c. de open te stellen wandeltrajecten vormen op het moment van het sluiten van de overeenkomst onderdeel van het toegankelijk en aaneengesloten traject van het netwerk van landelijke wandelpaden;
d. een onbelemmerde doorgang voor wandelaars over het wandeltraject is gegarandeerd tussen zonsop- en zonsondergang gedurende een periode van ten minste 10 jaren;
e. toestemming om het wandeltraject genoegzaam te markeren.
2. De minister kan nadere eisen stellen aan de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
3. De minister kan een model voor de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
a. de openstelling van de landbouwgronden betreft wandeltrajecten voor zover deze strekken tot realisering van het netwerk van landelijke wandelpaden, aangegeven op kaart 1 van de beleidsnota ’Kiezen voor recreatie’, regeringsbeslissing van 19 januari 1993 (Kamerstukken II, 1992/93, 23 990, nr. 2) en voor zover aan de terzake in die nota gestelde criteria is voldaan;
b. de openstelling betreft wandeltrajecten op landbouwgronden, anders dan langs openbare wegen of paden of langs anderszins reeds volgens bestendig gebruik voor publiek openstaande wegen of paden;
c. de open te stellen wandeltrajecten vormen op het moment van het sluiten van de overeenkomst onderdeel van het toegankelijk en aaneengesloten traject van het netwerk van landelijke wandelpaden;
d. een onbelemmerde doorgang voor wandelaars over het wandeltraject is gegarandeerd tussen zonsop- en zonsondergang gedurende een periode van ten minste 10 jaren;
e. toestemming om het wandeltraject genoegzaam te markeren.
2. De minister kan nadere eisen stellen aan de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.
3. De minister kan een model voor de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.