BWBR0007346
Geldig vanaf 1995-04-25
Artikel 6
Reglement politieregister NCID
1. Bij de gegevens omtrent personen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt een aanduiding opgenomen van de aard van de contacten en de reden waarom gegevens omtrent deze personen noodzakelijk zijn voor het doel van het register.
2. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent CID-subjecten gegevens worden opgenomen omtrent hun ras, medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
3. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent CID-subjecten gegevens worden opgenomen omtrent hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
4. In aanvulling op de in artikel 5, tweede lid, genoemde gegevens kunnen omtrent contacten van CID-subjecten gegevens worden opgenomen betreffende hun ras, medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie.
5. Een opgenomen gegeven wordt voorzien van een indicatie van de betrouwbaarheid en de vermelding van de ambtelijke bron. De indicatie wordt gegeven door personen die daartoe door de registerbeheerder zijn aangewezen. Deze aanwijzing wordt schriftelijk vastgelegd.
6. Een gegeven kan worden voorzien van een aanduiding ’embargo’, wanneer dit gegeven naar het oordeel van de ambtenaar die het gegeven heeft aangeleverd, niet dan met toestemming van het hoofd van de CID mag worden verstrekt en gebruikt.
7. Indien een gegeven slechts kon worden verkregen onder voorwaarde dat dit alleen voor een bepaald doel zou worden gebruikt, wordt van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening gehouden in het register, met een verwijzing naar het proces-verbaal waaruit de voorwaarde blijkt.
2. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent CID-subjecten gegevens worden opgenomen omtrent hun ras, medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
3. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid, genoemde gegevens kunnen omtrent CID-subjecten gegevens worden opgenomen omtrent hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader betreft.
4. In aanvulling op de in artikel 5, tweede lid, genoemde gegevens kunnen omtrent contacten van CID-subjecten gegevens worden opgenomen betreffende hun ras, medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie.
5. Een opgenomen gegeven wordt voorzien van een indicatie van de betrouwbaarheid en de vermelding van de ambtelijke bron. De indicatie wordt gegeven door personen die daartoe door de registerbeheerder zijn aangewezen. Deze aanwijzing wordt schriftelijk vastgelegd.
6. Een gegeven kan worden voorzien van een aanduiding ’embargo’, wanneer dit gegeven naar het oordeel van de ambtenaar die het gegeven heeft aangeleverd, niet dan met toestemming van het hoofd van de CID mag worden verstrekt en gebruikt.
7. Indien een gegeven slechts kon worden verkregen onder voorwaarde dat dit alleen voor een bepaald doel zou worden gebruikt, wordt van het bestaan van een dergelijke voorwaarde aantekening gehouden in het register, met een verwijzing naar het proces-verbaal waaruit de voorwaarde blijkt.