BWBR0007346
Geldig vanaf 1995-04-25
Artikel 5
Reglement politieregister NCID
1. Met betrekking tot de CID-subjecten kunnen ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. de naam, voorna(a)m(en), adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;
b. financiële gegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over de karaktereigenschappen;
g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;
h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;
i. gegevens over de levenswijze;
j. gegevens over de contacten en contactadressen;
k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
l. gegevens over de bewegingen;
m. gegevens over de communicatiemiddelen;
n. gegevens over de vervoermiddelen;
o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;
p. gegevens over modus operandi;
q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
r. persoonsafbeeldingen;
s. mededelingen van gegevensverstrekking buiten het korps of onderdeel daarvan;
t. gegevens over de periode en de plaats waar een CID-subject rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.
2. Omtrent de personen die contact hebben met de in het register opgenomen CID-subjecten, en die niet zelf CID-subject zijn, ten hoogste de in het eerste lid, onder a tot en met e, h, j tot en met o, q, r en s genoemde soorten van gegevens worden opgenomen, voor zover deze verband houden met de contacten van de betreffende personen met de in het register opgenomen CID-subjecten.
3. In het register kunnen met betrekking tot (politie-)ambtenaren ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. naam, voornaam;
b. dienstnummer, organisatieaanduiding, rang, functie.
a. de naam, voorna(a)m(en), adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;
b. financiële gegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over de karaktereigenschappen;
g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;
h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;
i. gegevens over de levenswijze;
j. gegevens over de contacten en contactadressen;
k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
l. gegevens over de bewegingen;
m. gegevens over de communicatiemiddelen;
n. gegevens over de vervoermiddelen;
o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;
p. gegevens over modus operandi;
q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
r. persoonsafbeeldingen;
s. mededelingen van gegevensverstrekking buiten het korps of onderdeel daarvan;
t. gegevens over de periode en de plaats waar een CID-subject rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.
2. Omtrent de personen die contact hebben met de in het register opgenomen CID-subjecten, en die niet zelf CID-subject zijn, ten hoogste de in het eerste lid, onder a tot en met e, h, j tot en met o, q, r en s genoemde soorten van gegevens worden opgenomen, voor zover deze verband houden met de contacten van de betreffende personen met de in het register opgenomen CID-subjecten.
3. In het register kunnen met betrekking tot (politie-)ambtenaren ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. naam, voornaam;
b. dienstnummer, organisatieaanduiding, rang, functie.