BWBR0007341
Geldig vanaf 1995-04-22
Artikel 3
Regeling eisen eigenaar of houder van destructiemateriaal
1. De aangifteplichtige deponeert het hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal op de dag dat het door het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lidwordt opgehaald op een zodanige plaats dat het vanaf de openbare verharde weg binnen het vrij bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel van het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lid. Indien door plaatselijke omstandigheden de fysieke mogelijkheid hiertoe ontbreekt, wordt tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lideen andere plaats van deponering afgesproken, waarbij uitgangspunt is dat het vervoermiddel van het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lidniet verder dan één wagenlengte op het erf behoeft te komen. Bij geschillen tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lidover de plaats van deponering, zal met inachtneming van hetgeen hiervoor is gesteld, de plaats worden bepaald door Onze Minister.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lideen overeenkomst is gesloten, strekkende tot het deponeren van hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal op een andere plaats. Het materiaal wordt dan telkens op die plaats gedeponeerd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf, bedoeld in artikel 2, eerste lideen overeenkomst is gesloten, strekkende tot het deponeren van hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal op een andere plaats. Het materiaal wordt dan telkens op die plaats gedeponeerd.