BWBR0007340
Geldig vanaf 1995-05-17
Artikel IV
Besluit beëindiging salarisregeling voor burgerleerkrachten bij het Ministerie van Defensie
1. Het salaris van de ambtenaar, wiens salaris onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit was bepaald op grond van het in artikel IIgenoemde besluit, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de dag van inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld volgens een salarisschaal, opgenomen in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
2. De vaststelling van het salaris, bedoeld in het eerste lid, vindt zodanig plaats dat de salarisschaal, het salarisnummer en de datum waarop de periodieke salarisverhoging plaatsvindt, overeenkomen met de salarisschaal, het salarisnummer en de datum, waarop de ambtenaar op basis van het in artikel IIgenoemde besluit aanspraak had.
3. Indien de ambtenaar onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit in het genot is van een toelage begininkomens overeenkomstig artikel I-P23 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, vindt de in het eerste lid bedoelde vaststelling van het salaris zodanig plaats, dat de som van het nieuwe salaris en het twaalfde gedeelte van de eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 21a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, ten minste gelijk is aan de som van het oude salaris en de toelage begininkomens.
4. De ambtenaar die op grond van het in artikel IIgenoemde besluit in zijn functie uitzicht had op een hogere salarisschaal, behoudt dit uitzicht, zolang hij zonder onderbreking in de betrokken functie werkzaam blijft, onder de voorwaarden die aan het verkrijgen van die salarisschaal gesteld waren, met dien verstande dat voor die salarisschaal in de plaats komt de overeenkomstige salarisschaal vermeld in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
2. De vaststelling van het salaris, bedoeld in het eerste lid, vindt zodanig plaats dat de salarisschaal, het salarisnummer en de datum waarop de periodieke salarisverhoging plaatsvindt, overeenkomen met de salarisschaal, het salarisnummer en de datum, waarop de ambtenaar op basis van het in artikel IIgenoemde besluit aanspraak had.
3. Indien de ambtenaar onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit in het genot is van een toelage begininkomens overeenkomstig artikel I-P23 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, vindt de in het eerste lid bedoelde vaststelling van het salaris zodanig plaats, dat de som van het nieuwe salaris en het twaalfde gedeelte van de eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 21a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, ten minste gelijk is aan de som van het oude salaris en de toelage begininkomens.
4. De ambtenaar die op grond van het in artikel IIgenoemde besluit in zijn functie uitzicht had op een hogere salarisschaal, behoudt dit uitzicht, zolang hij zonder onderbreking in de betrokken functie werkzaam blijft, onder de voorwaarden die aan het verkrijgen van die salarisschaal gesteld waren, met dien verstande dat voor die salarisschaal in de plaats komt de overeenkomstige salarisschaal vermeld in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.