BWBR0007333
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 14d
Algemene bijstandswet
1. Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
2. De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/74" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mededeling aan burgemeester en wethouders.
2. De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/74" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mededeling aan burgemeester en wethouders.