BWBR0007238
Geldig vanaf 1995-05-01
Artikel 5
Instellingsbeschikking Raad van Advies voor de CID
In het geval van een vacature bij de Raad van Advies voor de CID worden de volgende regels in acht genomen:
De functie van voorzitter wordt bekleed door een ervaren lid van het Openbaar Ministerie, bij voorkeur op het niveau van hoofdofficier. De voorzitter wordt bij beschikking benoemd door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken gezamenlijk.
De secretaris, de adjunct-secretaris en de overige leden worden door de Raad van Advies voor de CID benoemd bij gewone meerderheid van stemmen in een vergadering waarin naast de voorzitter tenminste de helft van de overige leden aanwezig zijn. Indien de Raad van Advies voor de CID dit wenselijk acht, is hij bevoegd het aantal leden uit te breiden.
Bij benoeming van een nieuw lid wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de handhaving van een evenwichtige samenstelling van de Raad van Advies voor de CID.
De functie van voorzitter wordt bekleed door een ervaren lid van het Openbaar Ministerie, bij voorkeur op het niveau van hoofdofficier. De voorzitter wordt bij beschikking benoemd door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken gezamenlijk.
De secretaris, de adjunct-secretaris en de overige leden worden door de Raad van Advies voor de CID benoemd bij gewone meerderheid van stemmen in een vergadering waarin naast de voorzitter tenminste de helft van de overige leden aanwezig zijn. Indien de Raad van Advies voor de CID dit wenselijk acht, is hij bevoegd het aantal leden uit te breiden.
Bij benoeming van een nieuw lid wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de handhaving van een evenwichtige samenstelling van de Raad van Advies voor de CID.