BWBR0007238
Geldig vanaf 1995-05-01
Artikel 2
Instellingsbeschikking Raad van Advies voor de CID
De Raad van Advies voor de CID heeft tot taak:
De Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, gevraagd en ongevraagd, te adviseren over aangelegenheden, die, direct of indirect, betrekking hebben op de werkzaamheden van de criminele inlichtingendiensten.
De advisering zal zich in het bijzonder richten op:
het bevorderen van de samenwerking tussen de criminele inlichtingendiensten;
de bruikbaarheid van de CID-regeling 1994 en de totstandkoming van overige CID-regelingen waaronder die van het Korps Landelijke Politiediensten en de bijzondere opsporingsdiensten;
de mogelijke consequenties van nieuwe wet- en regelgeving voor de criminele inlichtingendiensten;
verbetering van de opleiding van CID-functionarissen waarbij speciale aandacht dient te worden besteed aan de opleidingen van CID-chefs en CID-officieren, alsmede van de CID-functionarissen bij de bijzondere opsporingsdiensten;
verbetering van de recherche-informatiestructuren door gebruikmaking van de bestaande (eventueel uit te breiden) CID-structuur van en naar de regionale korpsen en de nationale en internationale recherche-informatie niveaus;
verbetering van de automatiseringsomgeving waarbinnen deze informatiestromen plaatsvinden;
de wenselijk geachte aansluiting bij de recherche-informatiestructuur van de regionale politiekorpsen door recherche-informatie behandelende onderdelen van bijzondere opsporingsdiensten;
verbetering van de recherche-informatiestructuren van en naar regionaal, nationaal en internationaal niveau in relatie tot de interregionale kernteams;
de totstandkoming van een regeling betreffende de recherche-informatie-uitwisseling tussen de nationale CID (NCID), die is ondergebracht bij de divisie CRI van het Korps Landelijke Politiediensten, en EUROPOL.
De Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, gevraagd en ongevraagd, te adviseren over aangelegenheden, die, direct of indirect, betrekking hebben op de werkzaamheden van de criminele inlichtingendiensten.
De advisering zal zich in het bijzonder richten op:
het bevorderen van de samenwerking tussen de criminele inlichtingendiensten;
de bruikbaarheid van de CID-regeling 1994 en de totstandkoming van overige CID-regelingen waaronder die van het Korps Landelijke Politiediensten en de bijzondere opsporingsdiensten;
de mogelijke consequenties van nieuwe wet- en regelgeving voor de criminele inlichtingendiensten;
verbetering van de opleiding van CID-functionarissen waarbij speciale aandacht dient te worden besteed aan de opleidingen van CID-chefs en CID-officieren, alsmede van de CID-functionarissen bij de bijzondere opsporingsdiensten;
verbetering van de recherche-informatiestructuren door gebruikmaking van de bestaande (eventueel uit te breiden) CID-structuur van en naar de regionale korpsen en de nationale en internationale recherche-informatie niveaus;
verbetering van de automatiseringsomgeving waarbinnen deze informatiestromen plaatsvinden;
de wenselijk geachte aansluiting bij de recherche-informatiestructuur van de regionale politiekorpsen door recherche-informatie behandelende onderdelen van bijzondere opsporingsdiensten;
verbetering van de recherche-informatiestructuren van en naar regionaal, nationaal en internationaal niveau in relatie tot de interregionale kernteams;
de totstandkoming van een regeling betreffende de recherche-informatie-uitwisseling tussen de nationale CID (NCID), die is ondergebracht bij de divisie CRI van het Korps Landelijke Politiediensten, en EUROPOL.