BWBR0007163
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 9
Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
1. Onverminderd artikel 8, heeft de raad een Overlegcollege Onderzoekorganisaties.
2. Het overlegcollege Onderzoekorganisaties ondersteunt de raad bij het tot stand brengen en uitvoeren van het werkprogramma, bedoeld in artikel 11.
3. Het overlegcollege bestaat uit:
a. de directeur van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. een lid van het bestuur van de Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht;
c. een lid van het college van bestuur van de Landbouwuniversiteit en
d. een lid van het de raad van bestuur van TNO.
4. Het overlegcollege wijst, al dan niet uit zijn midden, de voorzitter van het overlegcollege aan.
5. De voorzitter en de secretaris van de raad zijn bevoegd aan de werkzaamheden van het overlegcollege deel te nemen.
6. Het overlegcollege kan andere onderzoekorganisaties uitnodigen om aan zijn werkzaamheden deel te nemen.
2. Het overlegcollege Onderzoekorganisaties ondersteunt de raad bij het tot stand brengen en uitvoeren van het werkprogramma, bedoeld in artikel 11.
3. Het overlegcollege bestaat uit:
a. de directeur van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. een lid van het bestuur van de Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht;
c. een lid van het college van bestuur van de Landbouwuniversiteit en
d. een lid van het de raad van bestuur van TNO.
4. Het overlegcollege wijst, al dan niet uit zijn midden, de voorzitter van het overlegcollege aan.
5. De voorzitter en de secretaris van de raad zijn bevoegd aan de werkzaamheden van het overlegcollege deel te nemen.
6. Het overlegcollege kan andere onderzoekorganisaties uitnodigen om aan zijn werkzaamheden deel te nemen.