BWBR0007163
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 6
Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
1. De raad bestaat uit een voorzitter die tevens lid is, alsmede uit ten hoogste twaalf andere leden die bekend zijn met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die:
a. gebruik maken van de resultaten van onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied of anderszins bij de resultaten daarvan belang hebben of
b. onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied uitvoeren.
2. De minister, handelend in overeenstemming met de andere ministers, benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter, na de leden van de raad te hebben gehoord.
3. De minister benoemt, schorst en ontslaat de andere leden van de raad.
4. De voorzitter en de andere leden worden benoemd op persoonlijke titel en voor een periode van vier jaren.
5. De ministers wijzen elk een adviserend lid aan.
a. gebruik maken van de resultaten van onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied of anderszins bij de resultaten daarvan belang hebben of
b. onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied uitvoeren.
2. De minister, handelend in overeenstemming met de andere ministers, benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter, na de leden van de raad te hebben gehoord.
3. De minister benoemt, schorst en ontslaat de andere leden van de raad.
4. De voorzitter en de andere leden worden benoemd op persoonlijke titel en voor een periode van vier jaren.
5. De ministers wijzen elk een adviserend lid aan.