BWBR0007155
Geldig vanaf 2007-11-01
Artikel 9m
Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen
1. De minister kan aan een instelling met als kernactiviteit het uitvoeren van één of meer ondersteunende taken op een terrein van het cultuurbestel, een vierjaarlijkse instellingssubsidie verstrekken, voor zover de instelling:
a. niet als doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers die behoren tot eenzelfde bedrijfstak of een onderdeel daarvan; en
b. zich niet beweegt op een terrein waarop al een sectorinstituut werkzaam is.
2. Ondersteunende taken als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. nationale of internationale vertegenwoordiging en promotie van het betreffende terrein van scheppende of uitvoerende kunsten;
b. verzorging van educatie, informatie en reflectie over ontwikkelingen op het betreffende terrein door middel van exposities, lezingen, studiedagen en publicaties;
c. inventariseren, waarderen en ontsluiten van erfgoed;
d. verzorging van documentatie en archivering van relevant materiaal op het betreffende terrein door middel van een archief, een bibliotheek of een video- en mediatheek;
e. afstemming en coördinatie tussen relevante partijen op het betreffende terrein.
3. Een sectorinstituut als bedoeld in het eerste lid, onder b, is een aangewezen instelling waar alle ondersteunende taken als bedoeld in het tweede lid, voor zover deze op het betreffende terrein van scheppende of uitvoerende kunsten voorkomen, worden uitgeoefend.
a. niet als doel heeft de belangen te behartigen van ondernemers die behoren tot eenzelfde bedrijfstak of een onderdeel daarvan; en
b. zich niet beweegt op een terrein waarop al een sectorinstituut werkzaam is.
2. Ondersteunende taken als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. nationale of internationale vertegenwoordiging en promotie van het betreffende terrein van scheppende of uitvoerende kunsten;
b. verzorging van educatie, informatie en reflectie over ontwikkelingen op het betreffende terrein door middel van exposities, lezingen, studiedagen en publicaties;
c. inventariseren, waarderen en ontsluiten van erfgoed;
d. verzorging van documentatie en archivering van relevant materiaal op het betreffende terrein door middel van een archief, een bibliotheek of een video- en mediatheek;
e. afstemming en coördinatie tussen relevante partijen op het betreffende terrein.
3. Een sectorinstituut als bedoeld in het eerste lid, onder b, is een aangewezen instelling waar alle ondersteunende taken als bedoeld in het tweede lid, voor zover deze op het betreffende terrein van scheppende of uitvoerende kunsten voorkomen, worden uitgeoefend.