BWBR0007126
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel I
Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. de Sociale Verzekeringsraad: de Sociale Verzekeringsraad, genoemd in artikel 35 van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
c. de Gemeenschappelijke Medische Dienst: de Gemeenschappelijke Medische Dienst, genoemd in hoofdstuk II, § 2a, van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
d. het Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in artikel 103 van de Werkloosheidswet, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
e. het Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
f. het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 66 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
g. het Toeslagenfonds: het Toeslagenfonds, genoemd in artikel 31 van de Toeslagenwet, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
h. het College: het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
i. het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming: het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, genoemd in artikel 31 van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
j. de Sociale Verzekeringsbank: de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in artikel 21 van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
k. een bedrijfsvereniging: een bedrijfsvereniging als bedoeld in artikel 40 van de Organisatiewet sociale verzekeringen.
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. de Sociale Verzekeringsraad: de Sociale Verzekeringsraad, genoemd in artikel 35 van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
c. de Gemeenschappelijke Medische Dienst: de Gemeenschappelijke Medische Dienst, genoemd in hoofdstuk II, § 2a, van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
d. het Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in artikel 103 van de Werkloosheidswet, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
e. het Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
f. het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 66 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
g. het Toeslagenfonds: het Toeslagenfonds, genoemd in artikel 31 van de Toeslagenwet, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
h. het College: het College van toezicht sociale verzekeringen, genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
i. het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming: het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, genoemd in artikel 31 van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
j. de Sociale Verzekeringsbank: de Sociale Verzekeringsbank, genoemd in artikel 21 van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
k. een bedrijfsvereniging: een bedrijfsvereniging als bedoeld in artikel 40 van de Organisatiewet sociale verzekeringen.