BWBR0007104
Geldig vanaf 1995-02-19
Artikel 2
Regeling aanvraag, stage en proeve EG-verklaringen volksgezondheid
1. De aanvraag van een EG-verklaring met betrekking tot een gereglementeerd volksgezondheid beroep geschiedt met gebruikmaking van een daarvoor door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar te stellen aanvraagformulier.
2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. het in het eerste lid bedoelde aanvraagformulier;
b. een fotokopie van het deel van het paspoort dat de persoonsgegevens bevat;
c. het diploma inzake het desbetreffende beroep dat door het in het land van herkomst daartoe bij of krachtens de wet bevoegd verklaarde gezag aan de aanvrager is afgegeven;
d. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie- en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken;
e. indien in het land van herkomst een door een overheidsorgaan of een organisatie van beoefenaren van het desbetreffende beroep ingesteld register, waarin inschrijving voorwaarde is voor de uitoefening van het beroep, in stand wordt gehouden: een bewijs van inschrijving van de aanvrager in dat register, niet ouder dan twaalf maanden;
f. een document, niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat de aanvrager in het kader van de uitoefening van zijn beroep niet is veroordeeld;
g. bewijsstukken van eventuele beroepservaring.
3. De bescheiden, bedoeld onder b tot en met g, zijn gesteld in het Nederlands, Engels, Frans of Duits, dan wel door een in Nederland beëdigd vertaler vertaald in het Nederlands. De fotokopieën zijn gewaarmerkt.
2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. het in het eerste lid bedoelde aanvraagformulier;
b. een fotokopie van het deel van het paspoort dat de persoonsgegevens bevat;
c. het diploma inzake het desbetreffende beroep dat door het in het land van herkomst daartoe bij of krachtens de wet bevoegd verklaarde gezag aan de aanvrager is afgegeven;
d. het programma van de opleiding tot het desbetreffende beroep, onderverdeeld in theorie- en praktijkvakken, met opgave van de duur van het onderwijs in die vakken;
e. indien in het land van herkomst een door een overheidsorgaan of een organisatie van beoefenaren van het desbetreffende beroep ingesteld register, waarin inschrijving voorwaarde is voor de uitoefening van het beroep, in stand wordt gehouden: een bewijs van inschrijving van de aanvrager in dat register, niet ouder dan twaalf maanden;
f. een document, niet ouder dan drie maanden, waaruit blijkt dat de aanvrager in het kader van de uitoefening van zijn beroep niet is veroordeeld;
g. bewijsstukken van eventuele beroepservaring.
3. De bescheiden, bedoeld onder b tot en met g, zijn gesteld in het Nederlands, Engels, Frans of Duits, dan wel door een in Nederland beëdigd vertaler vertaald in het Nederlands. De fotokopieën zijn gewaarmerkt.