BWBR0006975
Geldig vanaf 1994-11-02
Artikel 2
Bezwarenregeling verzelfstandiging CAOP
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden die worden benoemd door de minister.
2. De benoeming van de voorzitter geschiedt door de minister op basis van een gezamenlijke voordracht van de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid (DGMP) en de Bijzondere Commissie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De voorzitter wordt niet benoemd uit personen die werkzaam zijn bij het directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, daaronder begrepen het CAOP.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a. één lid wordt benoemd op voordracht van de DGMP;
b. één lid wordt benoemd op voordracht van de dienstcommissie DGMP-Centraal.
4. Voorts worden, op dezelfde wijze als bedoeld in het tweede en derde lid een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden benoemd.
5. De DGMP wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en eventueel een plaatsvervangend secretaris aan, die de commissie bijstaat.
2. De benoeming van de voorzitter geschiedt door de minister op basis van een gezamenlijke voordracht van de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid (DGMP) en de Bijzondere Commissie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De voorzitter wordt niet benoemd uit personen die werkzaam zijn bij het directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, daaronder begrepen het CAOP.
3. De benoeming van de leden geschiedt als volgt:
a. één lid wordt benoemd op voordracht van de DGMP;
b. één lid wordt benoemd op voordracht van de dienstcommissie DGMP-Centraal.
4. Voorts worden, op dezelfde wijze als bedoeld in het tweede en derde lid een plaatsvervangend voorzitter en twee plaatsvervangende leden benoemd.
5. De DGMP wijst in overleg met de voorzitter een secretaris en eventueel een plaatsvervangend secretaris aan, die de commissie bijstaat.