1. Een personeelslid kan binnen zes weken na inwerkingtreding van de
Wet Stichting CAOPbezwaar maken tegen het hem gedane aanbod om onder de hem in de arbeidsovereenkomst genoemde voorwaarden in dienst te treden van de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (Stichting CAOP).
2. Een bezwaar wordt schriftelijk ingediend en met redenen omkleed. Het wordt gericht aan de minister en ingediend bij de DGMP. Deze zendt het bezwaar binnen zeven dagen na ontvangst door naar de commissie en doet daarvan gelijktijdig schriftelijk mededeling aan het betrokken personeelslid en de directeur van het CAOP.
3. Indien sprake is van een kennelijke onvolkomenheid in de arbeidsvoorwaarden die voor het personeelslid ingevolge de arbeidsovereenkomst zouden gelden, draagt de DGMP in overleg met de directeur van het CAOP binnen zeven dagen na ontvangst zelf zorg voor verbetering van de onvolkomenheid. Slechts indien het personeelslid na mededeling van de wijziging te kennen geeft het bezwaar te handhaven, wordt het ingediende bezwaarschrift aan de commissie doorgezonden.