BWBR0006937
Geldig vanaf 1994-10-05
Artikel 6
Regeling uitvoering vervoerplan EZ
1. De uitvoerder stelt de medewerker een maal per jaar in de gelegenheid vóór een daarbij aangegeven datum kenbaar te maken of hij:
a. voor een tegemoetkoming voor de komende vervoerperiode in aanmerking wil komen en zo ja, voor welke, ingeval van een keuzemogelijkheid en
b. een abonnement van NS Reizigers B.V. wil betrekken. Daarbij wordt aangegeven uit welke abonnementsvormen de medewerker een keuze kan maken.
2. Indien hij voor een tegemoetkoming in aanmerking wil komen respectievelijk een abonnement van NS Reizigers B.V. wil betrekken maakt de medewerker dat, en zijn keuze, kenbaar door het invullen van een daartoe verstrekt aanvraagformulier en tijdige inlevering daarvan bij de uitvoerder. In het in het eerste lid, onder b, bedoelde geval levert de medewerker tevens een recente pasfoto in.
3. De keuze geldt voor de aangegeven vervoerperiode. Wijziging is slechts mogelijk ingeval van tussentijdse verandering van werkadres of van verhuizing van de medewerker.
4. De medewerker die geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 5bedoelde mogelijkheid dient desgevraagd aan de uitvoerder te kunnen aantonen dat de door hem aangegeven keuze daadwerkelijk overeenstemt met zijn woon-werkverkeer.
a. voor een tegemoetkoming voor de komende vervoerperiode in aanmerking wil komen en zo ja, voor welke, ingeval van een keuzemogelijkheid en
b. een abonnement van NS Reizigers B.V. wil betrekken. Daarbij wordt aangegeven uit welke abonnementsvormen de medewerker een keuze kan maken.
2. Indien hij voor een tegemoetkoming in aanmerking wil komen respectievelijk een abonnement van NS Reizigers B.V. wil betrekken maakt de medewerker dat, en zijn keuze, kenbaar door het invullen van een daartoe verstrekt aanvraagformulier en tijdige inlevering daarvan bij de uitvoerder. In het in het eerste lid, onder b, bedoelde geval levert de medewerker tevens een recente pasfoto in.
3. De keuze geldt voor de aangegeven vervoerperiode. Wijziging is slechts mogelijk ingeval van tussentijdse verandering van werkadres of van verhuizing van de medewerker.
4. De medewerker die geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 5bedoelde mogelijkheid dient desgevraagd aan de uitvoerder te kunnen aantonen dat de door hem aangegeven keuze daadwerkelijk overeenstemt met zijn woon-werkverkeer.