BWBR0006850
Geldig vanaf 1994-08-26
Artikel 12
Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers
1. De subsidie, bedoeld in artikel 16van de wet, wordt bepaald op basis van het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal toegekende en gerealiseerde eenheden per kostengroep met het voor de desbetreffende eenheid door Onze Minister vastgestelde normbedrag. Onze Minister kan voor verschillende soorten geboden opvang aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen met betrekking tot wie Onze Minister het orgaan ingevolge artikel 3, tweede lid, van de wet taken heeft opgedragen, afzonderlijke normbedragen vaststellen.
2. In ieder geval met betrekking tot de volgende kostengroep wordt de subsidie bepaald op basis van eenheden per dag en per bezette opvangplaats: uitkeringen en verstrekkingen met uitzondering van zak- en kleedgeld en ziekenfondspremie.
3. In ieder geval met betrekking tot de volgende kostengroepen wordt de subsidie bepaald op basis van eenheden per dag en per aanwezige opvangcapaciteit:
a. personeels- en overheadkosten van een opvangcentrum;
b. facilitaire kosten en kosten van beheer van een opvangcentrum;
c. vervanging van inrichting en inventaris van een opvangcentrum.
4. De subsidie per kostengroep wordt verminderd onderscheidenlijk verhoogd met het bedrag dat met toepassing van artikel 6is overgeheveld naar onderscheidenlijk van een andere kostengroep.
5. De subsidie per kostengroep wordt onverminderd het vierde lid uitsluitend aangewend voor kosten die worden gerekend tot de desbetreffende kostengroep.
6. In afwijking van het eerste lid bestaat de subsidie in door Onze Minister aangewezen kosten uit:
a. een subsidie die bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door Onze Minister vastgesteld maximum;
b. een subsidie ten behoeve van overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd onderdeel van het activiteitenplan uitgevoerde activiteiten;
c. een subsidie gelijk aan de door het orgaan ingevolge artikel 3, eerste lid, onder c, van de wet aan gemeenten betaalde bijdragen en de ingevolge artikel 4 van de wet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan gemeenten verstrekte uitkeringen;
d. een subsidie voor ingevolge artikel 3, eerste lid, onder d, aan het orgaan opgedragen taken overeenkomstig door Onze Minister bij de opdracht gestelde regels; en
e. een subsidie voor groot onderhoud van de opvangcentra.
7. Jaarlijks zal bezien worden of de gehanteerde normbedragen aanpassing behoeven. Daarbij zal onder meer acht worden geslagen op de ontwikkeling van het prijspeil, op de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden en op de al dan niet voorlopige realisatiecijfers over het voorafgaande jaar.
8. De geraamde inkomsten van het orgaan worden in mindering gebracht op de subsidie. Indien de inkomsten kunnen worden toegerekend aan een kostengroep kan Onze Minister besluiten de geraamde dan wel gerealiseerde inkomsten in mindering te brengen op de desbetreffende kostengroep.
2. In ieder geval met betrekking tot de volgende kostengroep wordt de subsidie bepaald op basis van eenheden per dag en per bezette opvangplaats: uitkeringen en verstrekkingen met uitzondering van zak- en kleedgeld en ziekenfondspremie.
3. In ieder geval met betrekking tot de volgende kostengroepen wordt de subsidie bepaald op basis van eenheden per dag en per aanwezige opvangcapaciteit:
a. personeels- en overheadkosten van een opvangcentrum;
b. facilitaire kosten en kosten van beheer van een opvangcentrum;
c. vervanging van inrichting en inventaris van een opvangcentrum.
4. De subsidie per kostengroep wordt verminderd onderscheidenlijk verhoogd met het bedrag dat met toepassing van artikel 6is overgeheveld naar onderscheidenlijk van een andere kostengroep.
5. De subsidie per kostengroep wordt onverminderd het vierde lid uitsluitend aangewend voor kosten die worden gerekend tot de desbetreffende kostengroep.
6. In afwijking van het eerste lid bestaat de subsidie in door Onze Minister aangewezen kosten uit:
a. een subsidie die bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door Onze Minister vastgesteld maximum;
b. een subsidie ten behoeve van overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd onderdeel van het activiteitenplan uitgevoerde activiteiten;
c. een subsidie gelijk aan de door het orgaan ingevolge artikel 3, eerste lid, onder c, van de wet aan gemeenten betaalde bijdragen en de ingevolge artikel 4 van de wet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan gemeenten verstrekte uitkeringen;
d. een subsidie voor ingevolge artikel 3, eerste lid, onder d, aan het orgaan opgedragen taken overeenkomstig door Onze Minister bij de opdracht gestelde regels; en
e. een subsidie voor groot onderhoud van de opvangcentra.
7. Jaarlijks zal bezien worden of de gehanteerde normbedragen aanpassing behoeven. Daarbij zal onder meer acht worden geslagen op de ontwikkeling van het prijspeil, op de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden en op de al dan niet voorlopige realisatiecijfers over het voorafgaande jaar.
8. De geraamde inkomsten van het orgaan worden in mindering gebracht op de subsidie. Indien de inkomsten kunnen worden toegerekend aan een kostengroep kan Onze Minister besluiten de geraamde dan wel gerealiseerde inkomsten in mindering te brengen op de desbetreffende kostengroep.