BWBR0006835
Geldig vanaf 1994-08-12
Artikel 6
Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel
1. Het bevoegd gezag stelt een klachtencommissie seksuele intimidatie in, bestaande uit tenminste drie leden of een ander oneven aantal, waaronder de voorzitter.
2. In de klachtencommissie heeft tenminste een vrouw zitting.
3. Voor elk lid kan een plaatsvervangend lid worden benoemd.
4. Een lid van de klachtencommissie wordt vervangen, indien deze direct of indirect betrokken is of is geweest bij de seksuele intimidatie waarover de klacht is ingediend.
5. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de aanwezigheid van voldoende deskundigheid in de klachtencommissie met betrekking tot de problematiek van seksuele intimidatie.
2. In de klachtencommissie heeft tenminste een vrouw zitting.
3. Voor elk lid kan een plaatsvervangend lid worden benoemd.
4. Een lid van de klachtencommissie wordt vervangen, indien deze direct of indirect betrokken is of is geweest bij de seksuele intimidatie waarover de klacht is ingediend.
5. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de aanwezigheid van voldoende deskundigheid in de klachtencommissie met betrekking tot de problematiek van seksuele intimidatie.