BWBR0006835
Geldig vanaf 1994-08-12
Artikel 10
Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel
1. De klachtencommissie brengt binnen vier weken na ontvangst van een ontvankelijk verklaarde klacht een schriftelijke rapportage uit aan het bevoegd gezag. Daarbij kan zij het bevoegd gezag een advies geven omtrent een eventueel te treffen maatregel of sanctie. Alvorens de klachtencommissie hiertoe overgaat stelt zij de klager en beklaagde in de gelegenheid hun zienswijze omtrent het uit te brengen rapport en advies mondeling dan wel schriftelijk aan de klachtencommissie kenbaar te maken. Een afschrift van de rapportage alsmede van het advies omtrent de eventueel te treffen maatregel of sanctie wordt gezonden aan de klager, de beklaagde en de vertrouwenspersoon.
2. Indien het rapport en het advies niet binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid aan het bevoegd gezag kan worden uitgebracht, stelt de klachtencommissie de klager en de beklaagde daarvan in kennis. Zij noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen het rapport en advies wel te verwachten zijn.
2. Indien het rapport en het advies niet binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid aan het bevoegd gezag kan worden uitgebracht, stelt de klachtencommissie de klager en de beklaagde daarvan in kennis. Zij noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen het rapport en advies wel te verwachten zijn.