BWBR0006806
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 4
Varkensbesluit
1. De beschikbare oppervlakte van een stal bestemd voor gelten na dekking of zeugen zonder biggen, die in een groep worden gehouden, bedraagt tenminste per gelt of zeug 2,25 m 2.
2. De voor de varkens beschikbare oppervlakte van een stal bestemd voor gespeende varkens, gebruiksvarkens en niet in een groep gehouden gelten of zeugen bedraagt ten minste per varken met een gemiddeld gewicht:
a. tot 15 kg: 0,20 m2;
b. van 15 tot 30 kg: 0,40 m2;
c. van 30 tot 50 kg: 0,60 m2;
d. van 50 tot 85 kg: 0,80 m2;
e. van 85 tot 110 kg: 1 m2;
f. van meer dan 110 kg: 1,3 m2.
3. De zijden van de stal waarin een groep zeugen en gelten wordt gehouden, zijn langer dan 2,8 meter. Indien minder dan zes gelten of zeugen in een groep worden gehouden, zijn de zijden van de stal waarin deze groep wordt gehouden langer dan 2,4 meter.
4. De in het eerste lid bedoelde beschikbare oppervlakte
a. wordt per gelt of zeug met 10% vergroot indien deze dieren in groepen van minder dan zes varkens worden gehouden en
b. kan per gelt of zeug met 10% worden verkleind indien deze dieren in groepen van meer dan 40 varkens worden gehouden.
5. De in het tweede lid bedoelde beschikbare oppervlakte kan per gespeend varken of gebruiksvarken met een gemiddeld gewicht van meer dan 15 kg, met 10% worden verkleind indien deze dieren in groepen van meer dan 40 varkens worden gehouden.
2. De voor de varkens beschikbare oppervlakte van een stal bestemd voor gespeende varkens, gebruiksvarkens en niet in een groep gehouden gelten of zeugen bedraagt ten minste per varken met een gemiddeld gewicht:
a. tot 15 kg: 0,20 m2;
b. van 15 tot 30 kg: 0,40 m2;
c. van 30 tot 50 kg: 0,60 m2;
d. van 50 tot 85 kg: 0,80 m2;
e. van 85 tot 110 kg: 1 m2;
f. van meer dan 110 kg: 1,3 m2.
3. De zijden van de stal waarin een groep zeugen en gelten wordt gehouden, zijn langer dan 2,8 meter. Indien minder dan zes gelten of zeugen in een groep worden gehouden, zijn de zijden van de stal waarin deze groep wordt gehouden langer dan 2,4 meter.
4. De in het eerste lid bedoelde beschikbare oppervlakte
a. wordt per gelt of zeug met 10% vergroot indien deze dieren in groepen van minder dan zes varkens worden gehouden en
b. kan per gelt of zeug met 10% worden verkleind indien deze dieren in groepen van meer dan 40 varkens worden gehouden.
5. De in het tweede lid bedoelde beschikbare oppervlakte kan per gespeend varken of gebruiksvarken met een gemiddeld gewicht van meer dan 15 kg, met 10% worden verkleind indien deze dieren in groepen van meer dan 40 varkens worden gehouden.