BWBR0006806
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 3
Varkensbesluit
1. Zeugen en gelten worden niet aangebonden gehouden.
2. Varkensstallen zijn op zodanige wijze ingericht dat de varkens:
a. toegang hebben tot een schone en comfortabele ruimte met een adequate waterafvoer, waar alle varkens tegelijk kunnen liggen;
b. kunnen rusten en ongehinderd kunnen opstaan;
c. andere varkens kunnen zien.
3. Een stal bestemd voor een zeug of een gelt is zodanig ingericht dat achter de zeug of de gelt voldoende vrije ruimte beschikbaar is voor het natuurlijke of het begeleide werpen.
4. Een stal bestemd voor een zogende zeug met biggen, waarin de zeug zich vrij kan bewegen en kan omdraaien, is voorzien van een bescherming voor de biggen. In een stal waarin een zogende zeug met biggen zich niet vrij kan bewegen of omdraaien, beschikken de biggen over voldoende ruimte om ongehinderd te kunnen worden gezoogd.
2. Varkensstallen zijn op zodanige wijze ingericht dat de varkens:
a. toegang hebben tot een schone en comfortabele ruimte met een adequate waterafvoer, waar alle varkens tegelijk kunnen liggen;
b. kunnen rusten en ongehinderd kunnen opstaan;
c. andere varkens kunnen zien.
3. Een stal bestemd voor een zeug of een gelt is zodanig ingericht dat achter de zeug of de gelt voldoende vrije ruimte beschikbaar is voor het natuurlijke of het begeleide werpen.
4. Een stal bestemd voor een zogende zeug met biggen, waarin de zeug zich vrij kan bewegen en kan omdraaien, is voorzien van een bescherming voor de biggen. In een stal waarin een zogende zeug met biggen zich niet vrij kan bewegen of omdraaien, beschikken de biggen over voldoende ruimte om ongehinderd te kunnen worden gezoogd.