BWBR0006775
Geldig vanaf 1994-07-01
Artikel 5
Regeling belegging technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994
Onverminderd het bepaalde in artikel 3 stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer nadere regels vast omtrent het gebruik van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen en de daarbij in acht te nemen voorwaarden, ten aanzien van:
a. leningen waarvoor niet door middel van een bankgarantie, een garantie toegekend door een verzekeraar, een recht van hypotheek of een andere wijze zekerheid is gegeven;
b. deelnemingen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht belegginginstellingen, voor zover op deze instelling richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PbEG L 375) niet van toepassing is;
c. effecten die niet worden verhandeld op een gereglementeerde markt;
d. obligaties en andere geld- en kapitaalmarktinstrumenten uitgegeven door een emittent niet zijnde een centrale, regionale of lokale overheid of een ander openbaar lichaam, een internationale organisatie waarvan een of meer lid-staten deel uitmaken of een onderneming die behoort tot zone A als bedoeld in artikel 1, punt 14, van Richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126).
a. leningen waarvoor niet door middel van een bankgarantie, een garantie toegekend door een verzekeraar, een recht van hypotheek of een andere wijze zekerheid is gegeven;
b. deelnemingen in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht belegginginstellingen, voor zover op deze instelling richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PbEG L 375) niet van toepassing is;
c. effecten die niet worden verhandeld op een gereglementeerde markt;
d. obligaties en andere geld- en kapitaalmarktinstrumenten uitgegeven door een emittent niet zijnde een centrale, regionale of lokale overheid of een ander openbaar lichaam, een internationale organisatie waarvan een of meer lid-staten deel uitmaken of een onderneming die behoort tot zone A als bedoeld in artikel 1, punt 14, van Richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PbEG L 126).