BWBR0006759
Geldig vanaf 1998-05-15
Artikel 5b
Bekostigingsbesluit cultuuruitingen
1. Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt in verband met verlening van vierjaarlijkse of jaarlijkse instellingssubsidie dan wel van projectsubsidie, voorziet hij in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke instellingen en soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, tenzij Onze Minister bij de vaststelling van een subsidieplafond bepaalt dat hij het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen verdeelt.
2. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt in het geval, bedoeld in het eerste lid, laatste zinsdeel, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst.
3. Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt in verband met subsidieverlening aan aangewezen instellingen of fondsen, voorziet hij in een gelijktijdige beslissing ten aanzien van die instellingen of fondsen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.
2. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt in het geval, bedoeld in het eerste lid, laatste zinsdeel, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst.
3. Indien Onze Minister een subsidieplafond vaststelt in verband met subsidieverlening aan aangewezen instellingen of fondsen, voorziet hij in een gelijktijdige beslissing ten aanzien van die instellingen of fondsen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.