BWBR0006738
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 3a
Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning
1. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de commissaris aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie:
een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel
een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van commissaris vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel
een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
2. In afwijking van het eerste lid, verminderen gedeputeerde staten op verzoek van de commissaris diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten.
3. Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de commissaris.
4. Gedeputeerde staten vorderen, indien Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de commissaris.
5. Indien de commissaris geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De commissaris meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
6. In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de commissaris binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stellen gedeputeerde staten de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij zij uit anderen hoofde kunnen vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden.
7. Op verzoek van de commissaris kunnen gedeputeerde staten besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel
een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van commissaris vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel
een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
2. In afwijking van het eerste lid, verminderen gedeputeerde staten op verzoek van de commissaris diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten.
3. Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de commissaris.
4. Gedeputeerde staten vorderen, indien Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de commissaris.
5. Indien de commissaris geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De commissaris meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
6. In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de commissaris binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stellen gedeputeerde staten de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij zij uit anderen hoofde kunnen vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden.
7. Op verzoek van de commissaris kunnen gedeputeerde staten besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.