BWBR0006736 Geldig vanaf 2018-04-01
Artikel 21c AWR
Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 — artikel 21c
1. Het verzoek, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965, wordt gedaan binnen drie jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld.
2. Het verzoek, bedoeld in artikel 10a van de Wet op de dividendbelasting 1965, wordt door natuurlijke personen gedaan binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld en door lichamen binnen drie jaren na afloop van het boekjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld.
3. Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts eenmaal per kalenderjaar of boekjaar na afloop van dat kalenderjaar, onderscheidenlijk boekjaar, gedaan.
2. Het verzoek, bedoeld in artikel 10a van de Wet op de dividendbelasting 1965, wordt door natuurlijke personen gedaan binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld en door lichamen binnen drie jaren na afloop van het boekjaar waarin de opbrengst ter beschikking is gesteld.
3. Het verzoek, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts eenmaal per kalenderjaar of boekjaar na afloop van dat kalenderjaar, onderscheidenlijk boekjaar, gedaan.
- Citeren als
- Art. 21c AWR
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006736
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl