BWBR0006708
Geldig vanaf 1994-06-16
Artikel 8
Spaarloonregeling onderwijspersoneel
1. Het personeelslid kan de op zijn spaarloonrekening gestorte spaarbedragen opnemen indien:
a. het spaarbedrag tenminste vier jaren op de spaarloonrekening heeft gestaan;
b. het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaaregelingen en winstdelingsregelingen;
c. het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrenteverzekering of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 16, tweede lid, juncto artikel 8 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaaregelingen en winstdelingsregelingen.
2. Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen.
a. het spaarbedrag tenminste vier jaren op de spaarloonrekening heeft gestaan;
b. het spaarbedrag wordt aangewend ter zake van de verwerving van een tot hoofdverblijf dienende eigen woning zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaaregelingen en winstdelingsregelingen;
c. het spaarbedrag wordt aangewend ter voldoening van premies verschuldigd ingevolge een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrenteverzekering of een kapitaalsuitkering is verzekerd, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 16, tweede lid, juncto artikel 8 eerste lid, van de Uitvoeringsregeling werknemersspaaregelingen en winstdelingsregelingen.
2. Het personeelslid kan vrij beschikken over de door de financiële instelling vergoede rente over de spaarbedragen.