BWBR0006708
Geldig vanaf 1994-06-16
Artikel 3
Spaarloonregeling onderwijspersoneel
1. Het in artikel 2bedoelde verzoek wordt schriftelijk gedaan op een door het bevoegd gezag nader te bepalen wijze.
2. Het personeelslid overlegt bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring van een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend dan wel een in artikel 2bedoelde verzekering heeft afgesloten, waaruit blijkt dat:
a. deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstregelingen zal handelen;
b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegd gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin het personeelslid heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zoveel betreft: 1. het spaarloon
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van het personeelslid komt;
1. het spaarloon
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van het personeelslid komt;
c. deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, danwel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van het bevoegd gezag aan hem zal doen toekomen.
2. Het personeelslid overlegt bij zijn verzoek een op schrift gestelde verklaring van een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, waarbij hij een spaarloonrekening heeft geopend dan wel een in artikel 2bedoelde verzekering heeft afgesloten, waaruit blijkt dat:
a. deze instelling ten aanzien van die spaarloonrekening conform de bepalingen van deze regeling en de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstregelingen zal handelen;
b. deze instelling, indien het spaarbedrag wordt gestort op een spaarloonrekening, het bevoegd gezag direct na afloop van elk kalenderjaar waarin het personeelslid heeft gespaard een schriftelijke opgave zal verstrekken waaruit het verloop van diens spaartegoed blijkt voor zoveel betreft: 1. het spaarloon
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van het personeelslid komt;
1. het spaarloon
2. op het tegoed gekweekte inkomsten over de periode waarin het spaarloon ingevolge deze regeling niet ter beschikking van het personeelslid komt;
c. deze instelling ingeval van de opneming van spaargelden als bedoeld in artikel 11, tweede lid, de alsdan in te houden bedragen in verband met loonheffing, alsmede de premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, danwel hetgeen daarmee overeenkomt, volgens opgave van het bevoegd gezag aan hem zal doen toekomen.