BWBR0006707
Geldig vanaf 1994-07-01
Artikel 8
Regeling programma van werkzaamheden verzekeringsbedrijf 1994
1. Het bij de aanvraag van een vergunning over te leggen programma van werkzaamheden bevat voor een levensverzekeraar met zetel buiten de Gemeenschap:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar met inachtneming van artikel 96, tweede lid, van de wet beschikt over het minimum bedrag van het garantiefonds dat krachtens artikel 96, eerste lid, van de wet geldt, dan wel over de solvabiliteitsmarge die krachtens artikel 96, eerste lid, van de wet is vereist, indien deze solvabiliteitsmarge hoger is dan dit minimum bedrag;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
e. een raming van de liquiditeitspositie;
f. een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
g. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 96 van de wet.
2. De verzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk der laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de verzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken betreffende de omvang van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar met inachtneming van artikel 96, tweede lid, van de wet beschikt over het minimum bedrag van het garantiefonds dat krachtens artikel 96, eerste lid, van de wet geldt, dan wel over de solvabiliteitsmarge die krachtens artikel 96, eerste lid, van de wet is vereist, indien deze solvabiliteitsmarge hoger is dan dit minimum bedrag;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
e. een raming van de liquiditeitspositie;
f. een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
g. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 96 van de wet.
2. De verzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk der laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de verzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken betreffende de omvang van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel c, van de wet.