1. Het bij de aanvraag van een vergunning over te leggen programma van werkzaamheden bevat voor een schadeverzekeraar met zetel buiten de Gemeenschap:
a. een opgave van de aard van de risico's die de verzekeraar voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar met inachtneming van artikel 96, tweede lid, van de wet beschikt over het minimum bedrag van het garantiefonds dat krachtens artikel 96, eerste lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel over de solvabiliteitsmarge die krachtens artikel 96, eerste lid, van de wet is vereist op grond van de reeds door hem uitgeoefende branches, indien deze solvabiliteitsmarge hoger is dan dit minimum bedrag;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan, alsmede, indien een der te dekken risico's behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de verzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
e. een raming van de andere dan de in onderdeel d bedoelde kosten van beheer, met name van de algemene kosten en de provisies;
f. een raming van de premies en van de schaden;
g. een raming van de liquiditeitspositie;
h. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 96 van de wet.
2. De verzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk der laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de verzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
3. Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken betreffende de omvang van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in
artikel 42, eerste lid, onderdeel c, van de wet.