BWBR0006703
Geldig vanaf 1994-07-01
Artikel 11
Besluit uitvoering overeenkomst EEG/Zwitserland inzake verzekeringstoezicht 1994
1. Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer bevindt of vermoedt dat de in artikel 148, onderdelen b en d, van de wetomschreven gevallen zich voordoen, kan zij de werkzaamheden van de verzekeraar geheel of gedeeltelijk schorsen gedurende een door haar te bepalen termijn van ten hoogste drie maanden. Onze Minister kan de Pensioen- & Verzekeringskamer op haar verzoek toestaan deze termijn met ten hoogste drie maanden te verlengen.
2. Een besluit tot schorsing van de werkzaamheden wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt het besluit tot schorsing ter kennis van de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland.
4. Tijdens de schorsing mag de verzekeraar geen nieuwe overeenkomsten van verzekering sluiten en overigens slechts met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn werkzaamheden uitoefenen. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan organen van de onderneming van de verzekeraar schriftelijk machtigen bepaalde handelingen te verrichten.
5. De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met het besluit tot schorsing, inroepen indien de wederpartij dit besluit kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
2. Een besluit tot schorsing van de werkzaamheden wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt het besluit tot schorsing ter kennis van de toezichthoudende autoriteit van Zwitserland.
4. Tijdens de schorsing mag de verzekeraar geen nieuwe overeenkomsten van verzekering sluiten en overigens slechts met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn werkzaamheden uitoefenen. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan organen van de onderneming van de verzekeraar schriftelijk machtigen bepaalde handelingen te verrichten.
5. De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met het besluit tot schorsing, inroepen indien de wederpartij dit besluit kende of daarvan niet onkundig kon zijn.