BWBR0006647
Geldig vanaf 1994-05-14
Artikel 7
Besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene
1. Omtrent de in artikel 6, onder a tot en met f, genoemde categorieën van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. signaleringsgegevens, bestaande uit: 1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam en voornaam;
3º. voorletter van de tweede voornaam;
4º. alias;
5º. geslacht;
6º. geboorteplaats en -datum;
7º. nationaliteit;
8º. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;
9º. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";
10º. reden van signalering;
11º. de te nemen actie;
12º. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;
13º. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.
1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam en voornaam;
3º. voorletter van de tweede voornaam;
4º. alias;
5º. geslacht;
6º. geboorteplaats en -datum;
7º. nationaliteit;
8º. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;
9º. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";
10º. reden van signalering;
11º. de te nemen actie;
12º. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;
13º. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.
b. begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen, zoals: 1º. het Schengen-identificatienummer,
2º. de signalerende autoriteit
3º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
4º. achtergrond van de reden van signalering;
5º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
6º. verwijzing naar andere signaleringen;
7º. verwijzing naar gegevens en dossiers bij signalerende en invoerende instanties;
8º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
1º. het Schengen-identificatienummer,
2º. de signalerende autoriteit
3º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
4º. achtergrond van de reden van signalering;
5º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
6º. verwijzing naar andere signaleringen;
7º. verwijzing naar gegevens en dossiers bij signalerende en invoerende instanties;
8º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
c. aan buitenlandse instanties verstrekte en daarvan ontvangen gegevens, zoals: 1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam, alias, adres, woonplaats en geboortedatum en -plaats van de gesignaleerde;
3º. signalement, foto's en vingerafdrukken van de gesignaleerde;
4º. naam en geboortedatum van de ouders van de gesignaleerde;
5º. de signalerende autoriteit;
6º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
7º. achtergrond van de reden van signalering;
8º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
9º. verwijzing naar andere signaleringen;
10º. uitleveringsgegevens als bedoeld in het tweede lid, onder b;
11º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam, alias, adres, woonplaats en geboortedatum en -plaats van de gesignaleerde;
3º. signalement, foto's en vingerafdrukken van de gesignaleerde;
4º. naam en geboortedatum van de ouders van de gesignaleerde;
5º. de signalerende autoriteit;
6º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
7º. achtergrond van de reden van signalering;
8º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
9º. verwijzing naar andere signaleringen;
10º. uitleveringsgegevens als bedoeld in het tweede lid, onder b;
11º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
d. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan;
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan;
2. Omtrent de in artikel 6, onder a, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, in de deelsbestanden van aanvullende informatie en berichtenverkeer gegevens worden opgenomen, zoals:
a. het Schengen-identificatienummer,
b. de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, zoals: 1º. de om aanhouding verzoekende instantie;
2º. het bestaan van een bevel tot aanhouding of van een akte die dezelfde kracht heeft, of van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis;
3º. de aard en de wettelijke omschrijving van het strafbaar feit;
4º. een omschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is begaan, met inbegrip van tijd, plaats en de mate van betrokkenheid van de gesignaleerde persoon bij het strafbaar feit;
5º. de gevolgen van het strafbaar feit;
1º. de om aanhouding verzoekende instantie;
2º. het bestaan van een bevel tot aanhouding of van een akte die dezelfde kracht heeft, of van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis;
3º. de aard en de wettelijke omschrijving van het strafbaar feit;
4º. een omschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is begaan, met inbegrip van tijd, plaats en de mate van betrokkenheid van de gesignaleerde persoon bij het strafbaar feit;
5º. de gevolgen van het strafbaar feit;
3. Omtrent de in artikel 6, onder e, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, eveneens in de verzameling van berichtenverkeer gegevens worden opgenomen, zoals:
a. het Schengen-identificatienummer,
b. de in artikel 99, vierde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde gegevens, zoals: 1º. aantreffen van de gesignaleerde persoon of van het gesignaleerde voertuig;
2º. plaats, tijd van of aanleiding voor de controle;
3º. reisroute en bestemming;
4º. begeleidende personen of inzittenden;
5º. gebruikt voertuig;
6º. meegenomen voorwerpen;
7º. omstandigheden waaronder de persoon of het voertuig zijn aangetroffen.
1º. aantreffen van de gesignaleerde persoon of van het gesignaleerde voertuig;
2º. plaats, tijd van of aanleiding voor de controle;
3º. reisroute en bestemming;
4º. begeleidende personen of inzittenden;
5º. gebruikt voertuig;
6º. meegenomen voorwerpen;
7º. omstandigheden waaronder de persoon of het voertuig zijn aangetroffen.
4. Omtrent de in artikel 6, onder g, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de in artikel 6, onder b genoemde categorie van personen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende de in artikel 6, onder b genoemde categorie van personen;
b. naam- en adresgegevens en telefoonnummer;
c. bijzonderheden in verband met het zijn van aanspreekpunt;
d. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
5. Omtrent de in artikel 6, onder h, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de in artikel 6, onder b, c, e en f, genoemde categorieën van personen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende de in artikel 6, onder b, c, e en f, genoemde categorieën van personen;
b. naam- en adresgegevens;
c. geboortegegevens;
d. nationaliteit;
e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;
f. bijzonderheden in verband met het begeleiden van gesignaleerde personen;
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
6. Omtrent de in artikel 6, onder i, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de controle van een gesignaleerd voertuig, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende het gesignaleerde voertuig;
b. naam- en adresgegevens;
c. geboortegegevens;
d. nationaliteit;
e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;
f. gegevens met betrekking tot het gecontroleerde voertuig:
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
7. Omtrent de in artikel 6, onder j, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met het aantreffen van een gesignaleerd goed, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende het gesignaleerde goed;
b. naam- en adresgegevens;
c. geboortegegevens;
d. nationaliteit;
e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;
f. gegevens met betrekking tot het aangetroffen goed:
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
8. Omtrent de in artikel 6, onder k, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met door hen aangeleverde, ingevoerde of uitgevoerde signaleringen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende de aangeleverde of uitgevoerde signalering;
b. personalia;
c. functieaanduiding;
d. instantie waartoe betrokkene behoort;
e. adres- en telefoongegevens van de instantie.
f. bijzonderheden met betrekking tot de aangeleverde of uitgevoerde signalering;
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
a. signaleringsgegevens, bestaande uit: 1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam en voornaam;
3º. voorletter van de tweede voornaam;
4º. alias;
5º. geslacht;
6º. geboorteplaats en -datum;
7º. nationaliteit;
8º. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;
9º. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";
10º. reden van signalering;
11º. de te nemen actie;
12º. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;
13º. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.
1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam en voornaam;
3º. voorletter van de tweede voornaam;
4º. alias;
5º. geslacht;
6º. geboorteplaats en -datum;
7º. nationaliteit;
8º. bijzondere onveranderlijke en objectieve fysieke kenmerken;
9º. bejegeningsgegevens "gewapend", "gewelddadig" of "gewapend en gewelddadig";
10º. reden van signalering;
11º. de te nemen actie;
12º. de signalerende Overeenkomstsluitende Partij;
13º. de aantekening dat de identiteit "wel/niet" met zekerheid is vastgesteld.
b. begeleidende informatie betreffende Nederlandse signaleringen, zoals: 1º. het Schengen-identificatienummer,
2º. de signalerende autoriteit
3º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
4º. achtergrond van de reden van signalering;
5º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
6º. verwijzing naar andere signaleringen;
7º. verwijzing naar gegevens en dossiers bij signalerende en invoerende instanties;
8º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
1º. het Schengen-identificatienummer,
2º. de signalerende autoriteit
3º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
4º. achtergrond van de reden van signalering;
5º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
6º. verwijzing naar andere signaleringen;
7º. verwijzing naar gegevens en dossiers bij signalerende en invoerende instanties;
8º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
c. aan buitenlandse instanties verstrekte en daarvan ontvangen gegevens, zoals: 1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam, alias, adres, woonplaats en geboortedatum en -plaats van de gesignaleerde;
3º. signalement, foto's en vingerafdrukken van de gesignaleerde;
4º. naam en geboortedatum van de ouders van de gesignaleerde;
5º. de signalerende autoriteit;
6º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
7º. achtergrond van de reden van signalering;
8º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
9º. verwijzing naar andere signaleringen;
10º. uitleveringsgegevens als bedoeld in het tweede lid, onder b;
11º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
1º. het Schengen-identificatienummer;
2º. naam, alias, adres, woonplaats en geboortedatum en -plaats van de gesignaleerde;
3º. signalement, foto's en vingerafdrukken van de gesignaleerde;
4º. naam en geboortedatum van de ouders van de gesignaleerde;
5º. de signalerende autoriteit;
6º. gegevens betreffende de aan signalering ten grondslag liggende beslissingen en documenten;
7º. achtergrond van de reden van signalering;
8º. bijzonderheden betreffende de gevraagde actie;
9º. verwijzing naar andere signaleringen;
10º. uitleveringsgegevens als bedoeld in het tweede lid, onder b;
11º. gegevens betreffende identiteitsdocumenten.
d. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan;
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan;
2. Omtrent de in artikel 6, onder a, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, in de deelsbestanden van aanvullende informatie en berichtenverkeer gegevens worden opgenomen, zoals:
a. het Schengen-identificatienummer,
b. de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, zoals: 1º. de om aanhouding verzoekende instantie;
2º. het bestaan van een bevel tot aanhouding of van een akte die dezelfde kracht heeft, of van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis;
3º. de aard en de wettelijke omschrijving van het strafbaar feit;
4º. een omschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is begaan, met inbegrip van tijd, plaats en de mate van betrokkenheid van de gesignaleerde persoon bij het strafbaar feit;
5º. de gevolgen van het strafbaar feit;
1º. de om aanhouding verzoekende instantie;
2º. het bestaan van een bevel tot aanhouding of van een akte die dezelfde kracht heeft, of van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis;
3º. de aard en de wettelijke omschrijving van het strafbaar feit;
4º. een omschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbaar feit is begaan, met inbegrip van tijd, plaats en de mate van betrokkenheid van de gesignaleerde persoon bij het strafbaar feit;
5º. de gevolgen van het strafbaar feit;
3. Omtrent de in artikel 6, onder e, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register, eveneens in de verzameling van berichtenverkeer gegevens worden opgenomen, zoals:
a. het Schengen-identificatienummer,
b. de in artikel 99, vierde lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde gegevens, zoals: 1º. aantreffen van de gesignaleerde persoon of van het gesignaleerde voertuig;
2º. plaats, tijd van of aanleiding voor de controle;
3º. reisroute en bestemming;
4º. begeleidende personen of inzittenden;
5º. gebruikt voertuig;
6º. meegenomen voorwerpen;
7º. omstandigheden waaronder de persoon of het voertuig zijn aangetroffen.
1º. aantreffen van de gesignaleerde persoon of van het gesignaleerde voertuig;
2º. plaats, tijd van of aanleiding voor de controle;
3º. reisroute en bestemming;
4º. begeleidende personen of inzittenden;
5º. gebruikt voertuig;
6º. meegenomen voorwerpen;
7º. omstandigheden waaronder de persoon of het voertuig zijn aangetroffen.
4. Omtrent de in artikel 6, onder g, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de in artikel 6, onder b genoemde categorie van personen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende de in artikel 6, onder b genoemde categorie van personen;
b. naam- en adresgegevens en telefoonnummer;
c. bijzonderheden in verband met het zijn van aanspreekpunt;
d. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
5. Omtrent de in artikel 6, onder h, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de in artikel 6, onder b, c, e en f, genoemde categorieën van personen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende de in artikel 6, onder b, c, e en f, genoemde categorieën van personen;
b. naam- en adresgegevens;
c. geboortegegevens;
d. nationaliteit;
e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;
f. bijzonderheden in verband met het begeleiden van gesignaleerde personen;
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
6. Omtrent de in artikel 6, onder i, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met de controle van een gesignaleerd voertuig, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende het gesignaleerde voertuig;
b. naam- en adresgegevens;
c. geboortegegevens;
d. nationaliteit;
e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;
f. gegevens met betrekking tot het gecontroleerde voertuig:
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
7. Omtrent de in artikel 6, onder j, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met het aantreffen van een gesignaleerd goed, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende het gesignaleerde goed;
b. naam- en adresgegevens;
c. geboortegegevens;
d. nationaliteit;
e. gegevens met betrekking tot hun identiteitspapieren;
f. gegevens met betrekking tot het aangetroffen goed:
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
8. Omtrent de in artikel 6, onder k, genoemde categorie van personen kunnen, indien noodzakelijk voor het doel van het register in verband met door hen aangeleverde, ingevoerde of uitgevoerde signaleringen, ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het Schengen-identificatienummer betreffende de aangeleverde of uitgevoerde signalering;
b. personalia;
c. functieaanduiding;
d. instantie waartoe betrokkene behoort;
e. adres- en telefoongegevens van de instantie.
f. bijzonderheden met betrekking tot de aangeleverde of uitgevoerde signalering;
g. logboekgegevens, zoals: 1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.
1º. gegevens over gevoerde correspondentie, telefoongesprekken en de administratieve afhandeling met betrekking tot signaleringen;
2º. de naar aanleiding van signaleringen ondernomen acties en de verdere afhandeling daarvan.