BWBR0006647
Geldig vanaf 1994-05-14
Artikel 14
Besluit privacyreglementen N.S.I.S. en Sirene
1. Geregistreerden kunnen de rechten genoemd in artikel 20 en 22 van de wet, inhoudende het recht op kennisneming respectievelijk verbetering, aanvulling of verwijdering, uitoefenen door het desbetreffende verzoek schriftelijk te richten aan het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie, t.a.v. privacyambtenaar, per adres Europaweg 45, postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer.
2. Een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van ƒ 10, (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek Sirene".
3. Een verzoek bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
4. Het Hoofd van de Divisie Centrale Rechterche "Rechterche" moet zijn "Recherche"Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.
5. Op een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan de verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.
6. Aan een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet ten aanzien van de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, wordt geen gevolg gegeven wanneer dit voor een rechtmatige, uit de signalering voortvloeiende taakuitoefening of ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden onontbeerlijk is.
7. Uitgezonderd een verzoek betreffende de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, wordt aan een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet wordt geen gevolg gegeven:
a. voor zover daaruit onevenredige schade zou voortvloeien voor de goede uitvoering van de politietaak;
b. indien gewichtige belangen van derden daartoe noodzaken. Kennisneming van antecedenten of gegevens die op verzoek van de geregistreerde zijn opgenomen wordt niet geweigerd.
8. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van artikel 20 van de wet in schriftelijke vorm gedaan.
9. Op een verzoek als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit, of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.
10. De termijnen bedoeld in het vijfde en negende lid, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.
2. Een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van ƒ 10, (tien gulden) op rekening 4382532 onder vermelding van "privacyverzoek Sirene".
3. Een verzoek bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur. Een verzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
4. Het Hoofd van de Divisie Centrale Rechterche "Rechterche" moet zijn "Recherche"Informatie draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt.
5. Op een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet wordt binnen één maand nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist. Voor zover de gegevens waarvan de verzoeker kennis wil nemen niet van een Nederlandse signalerende autoriteit afkomstig zijn, stelt het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie alvorens over de kennisneming te beslissen, de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.
6. Aan een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet ten aanzien van de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, wordt geen gevolg gegeven wanneer dit voor een rechtmatige, uit de signalering voortvloeiende taakuitoefening of ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden onontbeerlijk is.
7. Uitgezonderd een verzoek betreffende de in artikel 95, tweede lid, van de Uitvoeringsovereenkomst bedoelde uitleveringsgegevens, wordt aan een verzoek als bedoeld in artikel 20 van de wet wordt geen gevolg gegeven:
a. voor zover daaruit onevenredige schade zou voortvloeien voor de goede uitvoering van de politietaak;
b. indien gewichtige belangen van derden daartoe noodzaken. Kennisneming van antecedenten of gegevens die op verzoek van de geregistreerde zijn opgenomen wordt niet geweigerd.
8. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek op grond van artikel 20 van de wet in schriftelijke vorm gedaan.
9. Op een verzoek als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt binnen twee maanden na ontvangst schriftelijk bericht of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie pleegt over het verzoek overleg met de desbetreffende Nederlandse signalerende autoriteit, of stelt de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid dienaangaande een standpunt in te nemen.
10. De termijnen bedoeld in het vijfde en negende lid, worden geschorst gedurende de tijd dat de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij in de gelegenheid wordt gesteld een standpunt in te nemen.