BWBR0006645
Geldig vanaf 1994-05-01
Artikel 8
Organisatie- en mandaatbesluit KFD 1994.
1. De medewerker van de KFD, met inbegrip van de algemeen directeur van de I-SZW en de directeur van de KFD:
a. zijn verplicht bij de uitoefening van hun functie een door of namens de verantwoordelijke bewindspersoon verstrekt legitimatiebewijs bij zich te dragen en desgevraagd te tonen;
b. nemen zonder de toestemming door of namens de verantwoordelijke bewindspersoon middellijk noch onmiddellijk deel aan bedrijven of ondernemingen, onder de bepalingen van enige wet vallende, waarvan de handhaving aan hen is opgedragen. Zij bekleden geen ander ambt of andere bediening en verrichten geen werkzaamheden ten behoeve van derden dan met toestemming door of namens de verantwoordelijke bewindspersoon;
c. handelen met de door hen ter zake van strafbare feiten opgemaakte processen-verbaal op de wijze als aangegeven in artikel 159 in verband met artikel 157 van het Wetboek van Strafvordering en doen van elk proces-verbaal een afschrift toekomen aan het centraal kantoor.
2. De medewerkers van de KFD verlenen elkaar wederkerig de nodige hulp en betrachten bij voortduring een eendrachtige samenwerking bij het uitvoeren van die taak. Zij verlenen elkaar zoveel mogelijk de gevraagde medewerking.
a. zijn verplicht bij de uitoefening van hun functie een door of namens de verantwoordelijke bewindspersoon verstrekt legitimatiebewijs bij zich te dragen en desgevraagd te tonen;
b. nemen zonder de toestemming door of namens de verantwoordelijke bewindspersoon middellijk noch onmiddellijk deel aan bedrijven of ondernemingen, onder de bepalingen van enige wet vallende, waarvan de handhaving aan hen is opgedragen. Zij bekleden geen ander ambt of andere bediening en verrichten geen werkzaamheden ten behoeve van derden dan met toestemming door of namens de verantwoordelijke bewindspersoon;
c. handelen met de door hen ter zake van strafbare feiten opgemaakte processen-verbaal op de wijze als aangegeven in artikel 159 in verband met artikel 157 van het Wetboek van Strafvordering en doen van elk proces-verbaal een afschrift toekomen aan het centraal kantoor.
2. De medewerkers van de KFD verlenen elkaar wederkerig de nodige hulp en betrachten bij voortduring een eendrachtige samenwerking bij het uitvoeren van die taak. Zij verlenen elkaar zoveel mogelijk de gevraagde medewerking.