BWBR0006633
Geldig vanaf 1991-09-07
Artikel 2
Examenstof klassieke taal en letterkunde 1993 en 1994
1. De literaire genres voor het mondeling gedeelte van het staatsexamen klassieke taal en letterkunde zijn in 1993
a. Griekse taal en letterkunde: Griekse epiek; kernauteur Homerus;
b. Latijnse taal en letterkunde: Latijnse epistolografie; kernauteur Plinius.
2. De literaire genres voor het mondeling gedeelte van het staatsexamen klassieke taal en letterkunde zijn in 1994
a. Griekse taal en letterkunde: filosofisch proza; kernauteur Plato;
b. Latijnse taal en letterkunde: historisch proza; kernauteur Tacitus.
3. Als syllabi met betrekking tot deze literaire genres gelden, v.w.b. de genres onder 1 de syllabi die zijn uitgebracht ten behoeve van het centraal examen en het schriftelijk gedeelte van het staatsexamen voor het jaar 1992, alsmede v.w.b. de genres onder 2 de syllabi zoals deze in de bijlage bij deze regeling zijn gegeven ten behoeve van het centraal examen en het schriftelijk gedeelte van het staatsexamen voor het jaar 1993.
a. Griekse taal en letterkunde: Griekse epiek; kernauteur Homerus;
b. Latijnse taal en letterkunde: Latijnse epistolografie; kernauteur Plinius.
2. De literaire genres voor het mondeling gedeelte van het staatsexamen klassieke taal en letterkunde zijn in 1994
a. Griekse taal en letterkunde: filosofisch proza; kernauteur Plato;
b. Latijnse taal en letterkunde: historisch proza; kernauteur Tacitus.
3. Als syllabi met betrekking tot deze literaire genres gelden, v.w.b. de genres onder 1 de syllabi die zijn uitgebracht ten behoeve van het centraal examen en het schriftelijk gedeelte van het staatsexamen voor het jaar 1992, alsmede v.w.b. de genres onder 2 de syllabi zoals deze in de bijlage bij deze regeling zijn gegeven ten behoeve van het centraal examen en het schriftelijk gedeelte van het staatsexamen voor het jaar 1993.