BWBR0006632
Geldig vanaf 1994-05-28
Artikel 3
Regeling financiële ondersteuning Studentenkamer WHW
1. De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 2bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.
2. Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de vertegenwoordiger, wanneer hij te kennen heeft gegeven dat hij gedurende het tijdvak waarvoor zijn aanwijzing geldt, van zijn aanspraak op financiële ondersteuning geen gebruik maakt, aanspraak op financiële ondersteuning gedurende een even groot tijdvak dat:
a. direct aansluit op de wettelijke inschrijvingsduur als student of
b. direct aansluit op de periode, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet studiefinanciering 2000, waarin studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs is genoten.
4. De vertegenwoordiger die van zijn aanspraak op financiële ondersteuning gebruik wenst te maken dan wel toepassing wenst van het derde lid, geeft dit voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt, aan de minister te kennen.
5. De vertegenwoordiger die toepassing wenst van het derde lid, dient gedurende het tijdvak waarvoor hij voor financiële ondersteuning in aanmerking wenst te komen, als student of auditor te zijn ingeschreven.
2. Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid heeft de vertegenwoordiger, wanneer hij te kennen heeft gegeven dat hij gedurende het tijdvak waarvoor zijn aanwijzing geldt, van zijn aanspraak op financiële ondersteuning geen gebruik maakt, aanspraak op financiële ondersteuning gedurende een even groot tijdvak dat:
a. direct aansluit op de wettelijke inschrijvingsduur als student of
b. direct aansluit op de periode, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet studiefinanciering 2000, waarin studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs is genoten.
4. De vertegenwoordiger die van zijn aanspraak op financiële ondersteuning gebruik wenst te maken dan wel toepassing wenst van het derde lid, geeft dit voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanwijzing geldt, aan de minister te kennen.
5. De vertegenwoordiger die toepassing wenst van het derde lid, dient gedurende het tijdvak waarvoor hij voor financiële ondersteuning in aanmerking wenst te komen, als student of auditor te zijn ingeschreven.