1. De financiële ondersteuning bedraagt € 1.510,– per maand, daarin begrepen een bedrag voor reiskosten op basis van een twaalfde deel van de kosten van een jaarkaart voor het openbaar vervoer.
2. Het bedrag in het eerste lid is samengesteld uit het maandbedrag van een uitwonende student in het hoger onderwijs overeenkomstig
artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000, vermeerderd met een twaalfde deel van het bedrag voor een openbaar vervoer jaarkaart en het bedrag voor brutering voor fiscale compensatie over het totaal.
3. Het bedrag in het eerste lid wordt jaarlijks op 1 september vastgesteld aan de hand van de dan in het tweede lid bedoelde bedragen en tarieven.
4. De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand.
5. In geval van toepassing van artikel 3, derde lid, wordt het in het eerste lid vermelde bedrag aangepast naar de maatstaven die gelden op het tijdstip van toekenning.