BWBR0006622
Geldig vanaf 2023-05-10
Artikel 176
Wegenverkeerswet 1994
1. Overtreding van artikel 5awordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdelen a en c, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende liden 70mwordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
3. Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c tot en met f, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
4. Overtreding van artikel 11wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
5. Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdeel b, 41, eerste lid, onderdelen a en b, 51, eerste lid, 61, eerste lid, onderdeel c, 74, 114, 151j, 162, derde en vierde lid, 163, tweede, zesde, zevende en negende liden van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdelen a en c, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde, zevende en negende liden 70mwordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
3. Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c tot en met f, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
4. Overtreding van artikel 11wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
5. Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, onderdeel b, 41, eerste lid, onderdelen a en b, 51, eerste lid, 61, eerste lid, onderdeel c, 74, 114, 151j, 162, derde en vierde lid, 163, tweede, zesde, zevende en negende liden van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.