BWBR0006622
Geldig vanaf 2023-05-10
Artikel 174c
Wegenverkeerswet 1994
1. Onverminderd artikel 174aen 174bkan Onze Minister in verband met het markttoezicht, bedoeld in artikel 158a, aan degene die handelt in strijd met de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of met de bij of krachtens de in de artikelen 20f, 20g, 20ga, 25, 27, 29a, 30, 30a, 34, 34aen 35bedoelde verplichtingen en verboden, een bestuurlijke boete opleggen.
2. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 34of artikel 34akan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de tweede categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, tweede lid, genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, artikel 20g, tweede lid, of artikel 30, tweede lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de derde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
4. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, eerste lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, artikel 20g, eerste lid, of artikel 30, eerste lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
5. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of de artikelen 20f, 20g, derde lid, 25, 27, 29a, 30, derde lid, of 35kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
6. De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.
2. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 34of artikel 34akan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de tweede categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, tweede lid, genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, artikel 20g, tweede lid, of artikel 30, tweede lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de derde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
4. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, eerste lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, artikel 20g, eerste lid, of artikel 30, eerste lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
5. De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of de artikelen 20f, 20g, derde lid, 25, 27, 29a, 30, derde lid, of 35kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>.
6. De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.