BWBR0006612
Geldig vanaf 1994-04-29
Artikel 4
Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement
1. Tijdens de non-activiteit wordt, onverminderd het bepaalde in de volgende artikelen, door de betrokkene een non-activiteitswedde genoten ten bedrage van de helft der laatstelijk door hem in zijn ambt genoten loon of bezoldiging.
2. Onder laatstelijk in zijn ambt genoten loon wordt verstaan het loon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>en, in afwijking van onderdeel a van dat lid, de vakantiebijslag als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, eerste lid, van die wet</a>. Onder laatstelijk in zijn ambt genoten bezoldiging wordt verstaan de bezoldiging, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/44a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 44a, eerste lid, van de Politiewet</a>, de bezoldiging, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001952/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, van de Wet ambtenaren defensie</a>, of de bezoldiging, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>, vermeerderd met de vakantie-uitkering.
3. Indien in het laatstgenoten loon of de laatstelijk genoten bezoldiging, als omschreven in het tweede lid, uit anderen hoofde dan wegens het toekennen van een periodieke verhoging van het salaris, wijziging zou zijn gekomen, wanneer de betrokkene op dat loon of die bezoldiging in actieve dienst zou zijn gebleven, geldt vanaf de datum, waarop die wijziging in werking zou zijn getreden, het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk in zijn ambt genoten loon of bezoldiging.
4. Onze betrokken Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor betrekkingen die geleidelijk worden opgegeven, ten aanzien van het bedrag dat door toepassing van deze wet wordt aangenomen als het laatstelijk in het ambt genoten loon of als de laatstelijk in het ambt genoten bezoldiging, het tweede lid van dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de regeling tot betaling van de non-activiteitswedde, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
5. Over de betaling van de non-activiteitswedde en met betrekking tot de berekening van het in het tweede lid vermelde loon of de in het tweede lid vermelde bezoldiging worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld.
2. Onder laatstelijk in zijn ambt genoten loon wordt verstaan het loon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>en, in afwijking van onderdeel a van dat lid, de vakantiebijslag als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, eerste lid, van die wet</a>. Onder laatstelijk in zijn ambt genoten bezoldiging wordt verstaan de bezoldiging, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0031788/artikel/44a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 44a, eerste lid, van de Politiewet</a>, de bezoldiging, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001952/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, van de Wet ambtenaren defensie</a>, of de bezoldiging, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>, vermeerderd met de vakantie-uitkering.
3. Indien in het laatstgenoten loon of de laatstelijk genoten bezoldiging, als omschreven in het tweede lid, uit anderen hoofde dan wegens het toekennen van een periodieke verhoging van het salaris, wijziging zou zijn gekomen, wanneer de betrokkene op dat loon of die bezoldiging in actieve dienst zou zijn gebleven, geldt vanaf de datum, waarop die wijziging in werking zou zijn getreden, het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk in zijn ambt genoten loon of bezoldiging.
4. Onze betrokken Minister kan, in overeenstemming met Onze betrokken Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor betrekkingen die geleidelijk worden opgegeven, ten aanzien van het bedrag dat door toepassing van deze wet wordt aangenomen als het laatstelijk in het ambt genoten loon of als de laatstelijk in het ambt genoten bezoldiging, het tweede lid van dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de regeling tot betaling van de non-activiteitswedde, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
5. Over de betaling van de non-activiteitswedde en met betrekking tot de berekening van het in het tweede lid vermelde loon of de in het tweede lid vermelde bezoldiging worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld.