BWBR0006596
Geldig vanaf 2006-10-25
Artikel 34
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
1. De wijze van bijwerking, bedoeld in artikel XVIvan hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet, geschiedt met inachtneming van het tweede en derde lid.
2. Ingeval de geautomatiseerde bestanden van de registratie voor schepen mede onderdelen omvatten waardoor het mogelijk wordt in de registratie voor schepen een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken op te nemen als bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de wet, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld in artikel XVIvan hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterweten vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de registratie voor schepen terstond aan.
3. De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met de inhoud van het desbetreffende gereed gekomen onderdeel van het geautomatiseerde systeem dat aan de geautomatiseerde bestanden van de registratie voor schepen wordt toegevoegd, en met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald.
2. Ingeval de geautomatiseerde bestanden van de registratie voor schepen mede onderdelen omvatten waardoor het mogelijk wordt in de registratie voor schepen een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken op te nemen als bedoeld in artikel 85, tweede lid, van de wet, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld in artikel XVIvan hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterweten vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de registratie voor schepen terstond aan.
3. De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met de inhoud van het desbetreffende gereed gekomen onderdeel van het geautomatiseerde systeem dat aan de geautomatiseerde bestanden van de registratie voor schepen wordt toegevoegd, en met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald.