BWBR0006596
Geldig vanaf 2006-10-25
Artikel 24
Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
1. De wijze van bijwerking, bedoeld in artikel XIvan hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet, geschiedt met inachtneming van het tweede en derde lid.
2. Ingeval de geautomatiseerde bestanden van de kadastrale registratie mede onderdelen omvatten van het geautomatiseerde systeem Hypotheken waardoor het mogelijk wordt in de kadastrale registratie een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken op te nemen als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de wet, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld in artikel XIvan hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterweten vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de kadastrale registratie terstond aan.
3. De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met de inhoud van het desbetreffende gereed gekomen onderdeel van het geautomatiseerde systeem Hypotheken dat aan de geautomatiseerde bestanden van de kadastrale registratie wordt toegevoegd, en met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald.
2. Ingeval de geautomatiseerde bestanden van de kadastrale registratie mede onderdelen omvatten van het geautomatiseerde systeem Hypotheken waardoor het mogelijk wordt in de kadastrale registratie een of meer soorten van gegevens omtrent hypotheken op te nemen als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de wet, vindt bijhouding plaats op grond van veranderingen als bedoeld in artikel XIvan hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterweten vangt de bijhouding van die soorten van gegevens in de kadastrale registratie terstond aan.
3. De wijze van bijhouding vindt, voorts, plaats in overeenstemming met de inhoud van het desbetreffende gereed gekomen onderdeel van het geautomatiseerde systeem Hypotheken dat aan de geautomatiseerde bestanden van de kadastrale registratie wordt toegevoegd, en met inachtneming van hetgeen bij of krachtens de wet daaromtrent is bepaald.