BWBR0006594
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 5a
Besluit houdende regels non-activiteitswedde rijksambtenaren lid van de Staten-Generaal of het Europees Parlement
1. In het geval van artikel 5, tweede lid, worden de inkomsten die betrokkene geniet of gaat genieten met ingang van of na de dag waarop de non-activiteit ingaat verrekend met de non-activiteitswedde over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben. De verrekening geschiedt aldus dat de non-activiteitswedde wordt verminderd met het bedrag waarmee de non-activiteitswedde, vermeerderd met de in de vorige zin bedoelde inkomsten, het loon of de bezoldiging overschrijdt. Voor de bepaling van het in de vorige zin bedoelde bedrag wordt een vermindering van de non-activiteitswedde met een arbeidsongeschiktheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidspensioen niet in aanmerking genomen.
2. Ten aanzien van de betrokkene aan wie een non-activiteitswedde is toegekend en die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte ontslag is verleend uit de betrekking die hij gedurende de met recht op non-activiteitswedde doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, worden inkomsten, bedoeld in het eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten die betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop de op non-actiefstelling plaatsvond uit de betrekking die gedurende de non-activiteit werd vervuld, worden verrekend over de maand waarop zij betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt deze verrekening op zodanige wijze dat de oorspronkelijk toegekende non-activiteitswedde wordt verminderd met het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen al dan niet aangevuld met een non-activiteitswedde of uitkering, vermeerderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip van de oorspronkelijk toegekende uitkering het oorspronkelijke loon of de oorspronkelijke bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan overschrijding van het loon of de bezoldiging resteert, wordt de aanvullende non-activiteitswedde of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende bedrag aan overschrijding.
3. Het in het eerste lid bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, terzake waarvan het wachtgeld is toegekend.
4. Wanneer de betrokkene arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag, anders dan bedoeld in het eerste en derde lid, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, is het eerste lid van toepassing, tenzij de betrokkene aannemelijk maakt, dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, in welk geval die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.
5. In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.
2. Ten aanzien van de betrokkene aan wie een non-activiteitswedde is toegekend en die wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte ontslag is verleend uit de betrekking die hij gedurende de met recht op non-activiteitswedde doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, worden inkomsten, bedoeld in het eerste lid als volgt verrekend. De inkomsten die betrokkene geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop de op non-actiefstelling plaatsvond uit de betrekking die gedurende de non-activiteit werd vervuld, worden verrekend over de maand waarop zij betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, geschiedt deze verrekening op zodanige wijze dat de oorspronkelijk toegekende non-activiteitswedde wordt verminderd met het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering, eventueel vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidspensioen al dan niet aangevuld met een non-activiteitswedde of uitkering, vermeerderd met de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf met inbegrip van de oorspronkelijk toegekende uitkering het oorspronkelijke loon of de oorspronkelijke bezoldiging overschrijdt. Indien na die vermindering een bedrag aan overschrijding van het loon of de bezoldiging resteert, wordt de aanvullende non-activiteitswedde of de aanvullende uitkering verminderd met het resterende bedrag aan overschrijding.
3. Het in het eerste lid bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, terzake waarvan het wachtgeld is toegekend.
4. Wanneer de betrokkene arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag, anders dan bedoeld in het eerste en derde lid, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, is het eerste lid van toepassing, tenzij de betrokkene aannemelijk maakt, dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, in welk geval die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.
5. In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde ten gunste van de betrokkene afwijken.