BWBR0006594
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 3
Besluit houdende regels non-activiteitswedde rijksambtenaren lid van de Staten-Generaal of het Europees Parlement
Indien de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen c en d, en derde lid, van de wet, op grond van de voor hem geldende rechtspositieregeling, zijn arbeidsovereenkomst of hetgeen collectief is overeengekomen en op die ambtenaar betrekking heeft, in het genot is van een toelage in verband met het regelmatig of vrij regelmatig verrichten van arbeid in avond of nacht dan wel op andere dagen dan van maandag tot en met vrijdag of het zich daarvoor bereikbaar en beschikbaar houden, wordt dit deel van het loon of de bezoldiging vastgesteld:
a. op het bedrag dat hem zou zijn toegekend, indien hij niet op non-actief was gesteld op grond van artikel 3, tweede lid, van de wet, of, indien vaststelling op deze wijze niet mogelijk is;
b. met inachtneming met de in de voor de ambtenaar geldende rechtspositieregeling, zijn arbeidsovereenkomst of hetgeen collectief is overeengekomen en op die ambtenaar betrekking heeft omtrent de wijze waarop de toelage wordt berekend op basis van het aantal uren dat de ambtenaar, in de drie maanden voorafgaand aan de non-activiteit, gemiddeld is gewerkt.
a. op het bedrag dat hem zou zijn toegekend, indien hij niet op non-actief was gesteld op grond van artikel 3, tweede lid, van de wet, of, indien vaststelling op deze wijze niet mogelijk is;
b. met inachtneming met de in de voor de ambtenaar geldende rechtspositieregeling, zijn arbeidsovereenkomst of hetgeen collectief is overeengekomen en op die ambtenaar betrekking heeft omtrent de wijze waarop de toelage wordt berekend op basis van het aantal uren dat de ambtenaar, in de drie maanden voorafgaand aan de non-activiteit, gemiddeld is gewerkt.